← Nederland

ECLI:NL:HR:2005:AT6373

30 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/110HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen.

  1. Het geding in feitelijke instanties Bij vonnis van de rechtbank te Zwolle van 15 januari 2002 is ten aanzien van thans verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. Bij beschikking van 21 augustus 2003 heeft de rechtbank ambtshalve het saneringsplan vastgesteld en de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsanering van kracht is, vastgesteld op twee jaar te rekenen vanaf 15 januari 2002 en eindigende op 15 januari
  2. Op een daartoe strekkend verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank bij beschikking van 4 mei 2004 de verificatievergadering bepaald op 17 juni
  3. Ter verificatievergadering heeft de Belastingdienst op de voet van art. 334 Fw bezwaar gemaakt tegen de voortzetting van de schuldsaneringsregeling en de verlening van een schone lei aan [verzoeker]. Nadat de rechtbank ter openbare terechtzitting van 30 juni 2004 de voortzetting van de schuldsaneringsregeling had behandeld, heeft zij bij vonnis van 12 juli 2004 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] op de gronden als bedoeld in art. 350 lid 3, onder c en d, Fw beëindigd en verstaan dat [verzoeker] in staat van faillissement zal verkeren zodra dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in dat faillissement. Tegen laatstvermeld vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij arrest van 23 september 2004 heeft het hof het beroepen vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, vastgesteld dat [verzoeker] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen en verstaan dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal eindigen na het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
  4. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
  5. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
  6. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 30 september 2005.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.