7 april 2006 Eerste Kamer Nr. C05/019HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: BETONSTAF B.V., voorheen genaamd: [A] Bedrijfsvloeren B.V., gevestigd te Veghel, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. G.C. Makkink, t e g e n BALLAST NEDAM GROND EN WEGEN SPECIALITEITEN B.V., gevestigd te Leerdam, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 25 augustus 2000 verweerster in cassatie - verder te noemen: Ballast Nedam - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Ballast Nedam te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van ƒ 90.801,25, vermeerderd met 12% vertragingsrente over het factuurbedrag van ƒ 88.301,25 vanaf 27 mei 2000 dan wel vanaf de dag van de dagvaarding, met veroordeling van Ballast Nedam in de kosten van deze procedure. Ballast Nedam heeft de vordering bestreden en van haar kant in reconventie gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. [Eiseres] te gelasten de overeenkomst, zoals neergelegd in de opdrachtbevestiging van 20 mei 1999, na te komen, in die zin dat [eiseres] binnen twee maanden na het in deze te wijzen vonnis zal zorgdragen voor het aanleggen en opleveren van een vloeistofdichte betonvloer in het project "[B] Rioolreiniging" te [plaats] (N-H) overeenkomstig de ter zake geldende normering, zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 10.000,-- per dag, dat [eiseres] met de nakoming van de in deze geldende overeenkomst in gebreke blijft of macht blijven, althans te verrichten binnen een zodanige termijn en met oplegging van een zodanige dwangsom als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren; 2. [Eiseres] te veroordelen tot betaling van de door Ballast Nedam geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. [Eiseres] heeft primair de vorderingen in reconventie bestreden en subsidiair verzocht de door haar voorgestelde deskundige te benoemen. De rechtbank heeft bij vonnis van 22 maart 2002: in conventie: - de vordering afgewezen; in reconventie: - [eiseres] gelast om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis zorg te dragen voor het aanleggen en opleveren van een vloeistofdichte betonvloer in voormeld project overeenkomstig de tussen partijen geldende overeenkomst zoals neergelegd in de opdrachtbevestiging van 20 mei 1999; - [eiseres] veroordeeld tot betaling van een dwangsom ten bedrage van € 4.500,-- voor elke dag en iedere keer dat zij in strijd zal handelen met voornoemd gebod of enig gedeelte daarvan met dien verstande dat deze dwangsomsanctie vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter voor zover handhaving van die sanctie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding; - [eiseres] in de proceskosten veroordeeld; - dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en - het meer of anders gevorderde afgewezen. Tegen het in conventie en in reconventie tussen partijen gewezen vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij memorie van grieven heeft [eiseres] haar eis vermeerderd en primair gevorderd dat het hof Ballast Nedam, voor het geval het tot vernietiging van het bestreden vonnis komt, te veroordelen om aan [eiseres] de kosten te betalen die zij na het wijzen van het vonnis ten behoeve van het project heeft gemaakt, subsidiair, voor het geval het tot bevestiging van het vonnis zou komen, voor recht te verklaren dat [eiseres] na het wijzen van het vonnis heeft voldaan aan haar verplichtingen tegenover Ballast Nedam. Na bezwaar zijdens Ballast Nedam tegen de vermeerdering van eis heeft het hof bij rolbeslissing van 8 april 2003 dit bezwaar afgewezen. Bij tussenarrest van 13 april 2004 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van [eiseres]. Bij eindarrest van 28 september 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd, [eiseres] in de kosten van het geding in hoger beroep veroordeeld, en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen Ballast Nedam is verstek verleend. De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging en verwijzing. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.