Nr. 41.170 14 april 2006 JBH gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 25 juni 2004, nr. BK 1268-02, betreffende na te melden aanslag in een baatbelasting van de gemeente Leeuwarden. 1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is ter zake van het genot krachtens eigendom van de onroerende zaak a-straat 1 te Q een aanslag in de baatbelasting herinrichting binnenstad Leeuwarden fase 1B: Waagplein en omgeving opgelegd ten bedrage van ƒ 19.232,87, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de directeur Algemene Zaken van de gemeente Leeuwarden is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden (hierna: B en W) hebben een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. B en W hebben een conclusie van dupliek ingediend. 3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.1. In het kader van de eerste fase van de herinrichting van de binnenstad in het gebied Waagplein en omgeving van Leeuwarden heeft de gemeente Leeuwarden de bestrating verfraaid, straatmeubilair aangebracht en verfraaid en openbare verlichting aangelegd. Op 15 maart 1999 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden (hierna: de raad) het op de hierbedoelde herinrichting betrekking hebbende "aangevuld bekostigingsbesluit herinrichting binnenstad eerste fase: Waagplein en omgeving" vastgesteld. 3.1.2. Voorts heeft de raad op 20 november 2000 de Verordening baatbelasting 2001 fase 1B (hierna: de Verordening) met een bijbehorende gewaarmerkte gebiedskaart vastgesteld. Artikel 4 van de Verordening luidt: "Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De maatstaf van heffing bestaat voor onroerende zaken die zich hoofdzakelijk boven de grond bevinden uit: ahet gewogen aantal volle vierkante meters oppervlakte van de onroerende zaak als bedoeld in het derde lid van dit artikel. bhet gewogen aantal strekkende meters gevellengte van de onroerende zaak als bedoeld in het vierde lid van dit artikel. 2. De maatstaf van heffing bestaat voor onroerende zaken die zich hoofdzakelijk onder de grond bevinden uit: het aantal volle vierkante meters oppervlakte van de onroerende zaak vermenigvuldigd met de verdiepingsfactor als bedoeld in het vijfde lid en de liggingsfactor als bedoeld in het zesde lid. 3. De gewogen oppervlakte van de onroerende zaak wordt bepaald op het aantal vierkante meters oppervlakte dat op grond van het bestemmingsplan volledig mag worden bebouwd, afgerond naar beneden op volle vierkante meters en vermenigvuldigd met de verdiepingsfactor als bedoeld in het vijfde lid en de liggingsfactor als bedoeld in het zesde lid. Bij de bepaling van de oppervlakte blijft buiten beschouwing de oppervlakte gelegen op een afstand van meer dan 40 meter van de zijde van de onroerende zaak die direct of indirect (door middel van een voor het winkelend publiek toegankelijke overdekte passage die de onroerende zaak verbindt met een aan het heringerichte gebied grenzende onroerende zaak) grenst aan de her in te richten openbare ruimte en de oppervlakte gelegen op een afstand van meer dan 40 meter van de zijde van onroerende zaken die grenzen aan een straat of steeg die uitkomt op het heringericht gebied. Bij de bepaling van de oppervlakte van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 1 sub a onder 3 wordt de oppervlakte van de gemeenschapsruimten per bouwlaag toegerekend aan de op die bouwlaag aanwezige belastingobjecten naar rato van de oppervlakte van die belastingobjecten. Indien de onroerende zaak zowel grenst aan de her in te richten openbare ruimte als aan een straat of steeg die uitkomt op de her in te richten openbare ruimte dan blijft buiten beschouwing de oppervlakte van de onroerende zaak die is gelegen op een afstand van meer dan 40 meter van ieder van die zijden. 4. De gewogen gevellengte van de onroerende zaak wordt bepaald op het aantal strekkende meters van de zijde van de onroerende zaak die direct of indirect (door middel van een voor het winkelend publiek toegankelijke overdekte passage die de onroerende zaak verbindt met een aan het heringericht gebied grenzende onroerende zaak) grenst aan de her in te richten openbare ruimte dan wel grenst aan een straat of steeg die uitkomt op de her in te richten openbare ruimte, afgerond naar beneden op volle strekkende decimeters en vermenigvuldigd met de verdiepingsfactor als bedoeld in het vijfde lid en de liggingsfactor als bedoeld in het zesde lid. Bij de bepaling van de gevellengte van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 1 sub a onder 3 wordt de gevellengte van de gemeenschapsruimten per bouwlaag toegerekend aan de op die bouwlaag aanwezige belastingobjecten naar rato van de oppervlakte van die belastingobjecten. Indien de onroerende zaak zowel grenst aan de her in te richten openbare ruimte als aan een straat of steeg die uitkomt op de her in te richten openbare ruimte dan geldt de gevellengte van de zijde van de onroerende zaak waaraan de huisnummering is toegekend. 5. De verdiepingsfactor bedraagt: a voor een onroerende zaak waarvan uitsluitend de begane grond is gebaat door de getroffen voorzieningen0,8; b voor een onroerende zaak waarvan uitsluitend de eerste verdieping is gebaat door de getroffen voorzieningen0,2; c voor een onroerende zaak waarvan de begane grond en de eerste verdieping zijn gebaat door de getroffen voorzieningen1,0; d voor een onroerende zaak die hoofdzakelijk is gelegen onder de grond1,0; 6. De liggingsfactor bedraagt: a voor een onroerende zaak die grenst aan het Waagplein1,25; b voor een onroerende zaak die grenst aan de Nieuwestad Noord- en Zuidzijde ten oosten van de Duco Martenapijp1,00; c voor een onroerende zaak die gelegen is aan een straat of steeg die uitkomt op het Waagplein en welke straat of steeg op het smalste punt breder is dan 1,50 meter0,75; d voor een onroerende zaak die gelegen is aan een straat of steeg die uitkomt op de Nieuwestad Noord- en Zuidzijde ten oosten van de Duco Martenapijp en welke straat of steeg op het smalste punt breder is dan 1,50 meter0,50; e voor een onroerende zaak die indirect grenst aan het her in te richten gebied door middel van een voor het winkelend publiek toegankelijke overdekte passage die de onroerende zaak verbindt met een aan het heringerichte gebied grenzende onroerende zaak 0,10; f voor een onroerende zaak die gelegen is aan een straat of steeg die uitkomt op het her in te richten gebied en welke straat of steeg op het smalste punt smaller is dan 1,50 meter0,10; h voor een onroerende zaak die zowel grenst aan de her in te richten openbare ruimte (sub a en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.