3 november 2006 Eerste Kamer Nr. C05/122HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], handelende onder de naam KL Products, wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli, t e g e n
- de vennootschap onder firma ALPHA-CHEM NEDERLAND, gevestigd te Veghel,
- [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven,
- [Verweerder 3], wonende te [woonplaats], en
- ALPHA-CHEM (NEDERLAND) B.V., zijnde de opvolgster van verweerster in cassatie sub 1, gevestigd te Veghel, VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen.
- Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 8 januari 2001 verweerster in cassatie sub 1 - verder te noemen: Alpha-Chem - en haar beherende vennoten, verweerders in cassatie sub 2 en 3 - verder te noemen: [verweerders 2 en 3] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd Alpha-Chem c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [eiser] van een bedrag van ƒ 105.691,25, te vermeerderen met de contractuele rente en kosten. Alpha-Chem c.s. hebben de vordering bestreden en in reconventie gevorderd te verklaren voor recht dat [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld door beslag te leggen voor ƒ 130.000,-- en [eiser] te veroordelen tot betaling van de schade aan Alpha-Chem c.s. nader op te maken bij staat. [Eiser] heeft de vordering in reconventie bestreden. Na een ingevolge een tussenvonnis van 4 mei 2001 op 2 augustus 2001 gehouden comparitie van partijen, heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. Het tegen deze eiswijziging door Alpa-Chem c.s. aangetekende verzet is bij rolbeslissing van de rechtbank van 23 november 2001 ongegrond verklaard. Hierna heeft de rechtbank [eiser] bij tussenvonnis van 6 november 2002 bewijs opgedragen. Na getuigenverhoren heeft de rechtbank bij eindvonnis van 7 mei 2003 in conventie Alpha-Chem c.s. veroordeeld tot betaling aan [eiser] van de somma van € 1.073,05 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening. De rechtbank heeft voorts het meer of anders in conventie gevorderde alsmede de vordering in reconventie afgewezen. Tegen de vonnissen van 6 november 2002 en 7 mei 2003 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. In hoger beroep heeft [eiser] zijn eis (bij memorie van grieven) opnieuw geformuleerd. Bij arrest van 21 december 2004 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de niet verschenen verweerders in cassatie sub 3 en 4, [verweerder 3] en Alpha-Chem Nederland B.V., is verstek verleend. Alpha-Chem en [verweerder 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
- Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alpha-Chem en [verweerder 2], begroot op € 1.601,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerder 3] en Alpha-Chem (Nederland) B.V. begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-van Spapens, en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.