5 december 2006 Strafkamer nr. 03108/05 AJ/CAW Hoge Raad der Nederlanden Tussenarrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 26 juli 2005, nummer 21/004219-04, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Arnhem van 2 juli 2004 - de verdachte ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot een geldboete van € 288,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, subsidiair 5 dagen hechtenis. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.P.J. Botterblom, advocaat te Barneveld, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep. 3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 3.1. Het bestreden arrest heeft betrekking op een overtreding van art. 30 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Op grond van art. 36 van de genoemde wet is dit delict een overtreding. Het Hof heeft ter zake van dat feit de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 288,-, subsidiair vijf dagen hechtenis. 3.2. Ingevolge het tweede en derde lid van art. 427 Sv staat tegen arresten van de gerechtshoven betreffende overtredingen beroep in cassatie niet open indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.