19 december 2006 Strafkamer nr. 00429/06 H SY/CAW Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 8 april 2002 nummer 10/102016-02, ingediend door mr. M.M. Caupain, advocaat te Amsterdam, namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats]. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren", gepleegd op 4 januari 2002, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. 2. De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat uit onderzoek door Justitie is gebleken dat een ander dan de aanvrager het feit waarvoor de aanvrager is veroordeeld, heeft gepleegd. 3. De conclusie van de Advocaat-Generaal De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien. 4. Beoordeling van de aanvrage 4.1.1. Als bijlage bij de aanvrage is gevoegd een brief van het Arrondissementsparket te Rotterdam van 16 november 2005 aan de advocaat van de aanvrager, onder meer inhoudende: "Nadat u vanmorgen te kennen gaf dat er foto's en vingerafdrukken waren genomen bij de politie in Amsterdam, ten tijde van zijn aanhouding afgelopen donderdag/vrijdag, heb ik de politie (afd. dacty) aldaar verzocht deze over te zenden naar de politie (afd. dacty) te Krimpen aan den IJssel hetgeen dan ook is geschied. Naar aanleiding van beide "vingerslips" heeft er een vergelijking kunnen plaatsvinden, waaruit de afdeling dacty te Krimpen aan den IJssel de conclusie kon trekken, dat de dader van het gepleegde feit, van 4 januari 2002, niet de veroordeelde [aanvrager] is gebleken". 4.1.2. Bij de stukken bevinden zich thans: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.