4 mei 2007 Eerste Kamer Nr. C06/010HR RM/MK Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n de publiekrechtelijke rechtspersoon WATERSCHAP BRABANTSE DELTA, gevestigd te Breda, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.E. Gelpke. 1. Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie - verder tezamen te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploot van 8 april 2002 verweerster in cassatie - verder te noemen: het Waterschap - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd aan hen te voldoen de schade als bedoeld in de inleidende dagvaarding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met rente en kosten. Het Waterschap heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 16 juli 2003 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Na een tussenarrest van 22 juni 2004 en getuigenverhoren aan de zijde van [eiser] c.s. en het Waterschap, heeft het hof bij eindarrest van 27 september 2005 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het Waterschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep voor zover het is gericht tegen het tussenarrest en tot vernietiging van het eindarrest en tot verwijzing van de zaak. 3. Beoordeling van de middelen 3.1 In deze zaak gaat het om het volgende. [Betrokkene 1], een der maten van de hierna ook als de maatschap aan te duiden [eiseres 1], en [eiser 2] waren in 2001 eigenaar onderscheidenlijk gebruiker van een perceel grond in de bij Dinteloord gelegen Willemspolder. [Eiser 2] gebruikte dit perceel voor de teelt van aardappelen. Het Waterschap is waterkwantiteitsbeheerder, met als hoofdtaak het peilbeheer, in onder meer de Willemspolder. In september 2001 heeft het, met name rond 18 en 19 september, overvloedig geregend. Het perceel heeft toen wateroverlast ondervonden, waardoor [eiser] c.s. schade hebben geleden. Het gemaal "Willemspolder" was destijds in verband met vervanging buiten gebruik. Het Waterschap had daarom ter plaatse twee noodpompen geïnstalleerd, en heeft daaraan op 19 september 2001 nog een derde toegevoegd. 3.2 Stellende dat de door hen geleden schade - die voornamelijk zou bestaan in opbrengstverlies door het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de gewassen, beredderingskosten en schade ten gevolge van grondstructuurbederf - het gevolg is van ernstig tekortschieten van het Waterschap, hebben [eiser] c.s. gevorderd het Waterschap te veroordelen tot vergoeding van die bij staat op te maken schade. De rechtbank heeft de vordering afgewezen. 3.3 Het hof heeft de tegen die beslissing gerichte grieven verworpen, zulks - voor zover in cassatie van belang - op grond van zijn oordeel dat [eiser] c.s. er niet in zijn geslaagd te bewijzen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.