5 juni 2007 Strafkamer nr. 02758/06 SG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 4 augustus 2005, nummer 22/004509-04, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Veenhuizen" (gevangenis "Esserheem") te Veenhuizen.
- De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 augustus 2003 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 570,-, subsidiair 11 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.
- Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging.
- Beoordeling van het middel 3.
- Het middel behelst de klacht dat het recht tot strafvordering is komen te vervallen door verjaring. 3.2.
- Bij inleidende dagvaarding is aan de verdachte tenlastegelegd dat: "hij op of omstreeks 04 mei 2002 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, als bestuurder van een motorvoertuig (auto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A4, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990/bord 1 van bijlage II van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
(1966)- op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 182 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden." 3.2.
- Dit feit is strafbaar gesteld bij art. 62 in verbinding met art. 92, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en art. 177, eerste lid aanhef en onder d, Wegenverkeerswet
- Het tenlastegelegde wordt in art. 178, tweede lid, Wegenverkeerswet 1994 als een overtreding aangemerkt. 3.
- Dit feit is volgens de tenlastelegging begaan op of omstreeks 4 mei
- Op grond van het tweede lid van art. 72 Sr zoals dat luidde van 1 januari 2006 tot 7 juli 2006, beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste twee maal twee jaar. Het recht tot strafvordering is derhalve wegens verjaring vervallen. Het middel is terecht voorgesteld.
- Slotsom Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
- Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Kantonrechter is vernietigd; verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in de vervolging. Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 5 juni 2007.