Nr. 43.594 29 juni 2007 gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 15 augustus 2006, nr. 04/01383, betreffende na te melden op aangifte voldaan bedrag aan belasting van personenauto's en motorrijwielen (hierna: BPM). 1. Aangifte, bezwaar en geding voor het Hof Belanghebbende heeft op 20 mei 2003 op aangifte een bedrag van € 3627 aan BPM voldaan. Belanghebbende heeft tegen dit bedrag bezwaar gemaakt, welk bezwaar bij uitspraak van de Inspecteur is afgewezen. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. 3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende heeft in april 2003 een gebruikte personenauto, bouwjaar 1999, gekocht in Duitsland. Belanghebbende heeft deze auto in Nederland doen registreren en voor de auto € 3627 aan BPM op aangifte voldaan. 3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat de heffing van BPM in het onderhavige geval, welke heeft plaatsgevonden op basis van de afschrijvingstabel opgenomen in artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 (hierna: de Wet), niet is geschied in strijd met artikel 90 EG. Voor zover het middel de motivering van dat oordeel bestrijdt, slaagt het. 3.3. In het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2006, nr. 41178, BNB 2007/55, is geoordeeld dat de afschrijvingstabel van artikel 10 van de Wet in strijd is met artikel 90 EG, nu niet is bekend gemaakt met welke factoren, andere dan de ouderdom van een voertuig, bij de bepaling van de hoogte van de afschrijving rekening is gehouden, zodat het voor een concreet voertuig aan de hand van de tabel niet is vast te stellen of en in hoeverre die tabel de werkelijke waardevermindering van dat voertuig weerspiegelt. Indien een belastingplichtige voor zijn situatie de toepassing van het wettelijke afschrijvingspercentage bestrijdt, rust in het licht van het hiervoor overwogene op de inspecteur de verplichting ter zake van dit afschrijvingspercentage de benodigde gegevens te verstrekken omtrent de aannames die in het concrete geval een rol hebben gespeeld bij de vaststelling van de maatstaf van heffing, zodat het de betrokken belanghebbende duidelijk kan zijn op welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.