5 oktober 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R07/123HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT 'S-GRAVENHAGE, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de officier van justitie en betrokkene. 1. Het geding in feitelijke instantie De officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage heeft op 21 maart 2007, onder overlegging van een op 19 maart 2007 door de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis Parnassia te 's-Gravenhage en psychiater [betrokkene 1] als de niet bij de behandeling betrokken psychiater ondertekende geneeskundige verklaring, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft het verzoek ter terechtzitting van 27 maart 2007 mondeling behandeld in aanwezigheid van betrokkene en zijn advocaat en de behandelend arts [betrokkene 2]. Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank de verzochte (voorlopige) machtiging geweigerd. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de officier van justitie beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Betrokkene heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank 's-Gravenhage. 3. Beoordeling van het middel 3.1 De rechtsklacht faalt. De rechtbank heeft bij haar beoordeling van het verzoek van de officier van justitie - terecht - vooropgesteld dat alcoholverslaving, ook indien wordt aangenomen dat dit een psychiatrische ziekte is, niet tot toepassing van de Wet Bopz kan leiden tenzij de verslaving gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed, dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst (HR 23 september 2005, nr. R05/076, NJ 2007, 230). 3.2 De rechtbank is op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting ervan uitgegaan dat betrokkene lijdt aan het syndroom van Korsakov en de daarmee gepaard gaande oordeels- en kritiekstoornissen en (korte) geheugenproblemen, maar dat niet is gebleken dat dit gepaard gaat met (andere) psychische stoornissen als hiervoor in 3.1 omschreven. De motiveringsklacht voert onder verwijzing naar gegevens die vermeld zijn in de geneeskundige verklaring, het behandelplan en de voortgangsrapportage aan dat laatstbedoeld oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk is. 3.3 Deze klacht is gegrond. De geneeskundige verklaring vermeldt als symptomen, gedragingen en feiten op grond waarvan geoordeeld wordt dat betrokkene lijdt aan een stoornis van geestesvermogens onder meer (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.