9 november 2007 Eerste Kamer Rek.nr. R06/122HR MK/EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. G.S.A.J. Koot-Kuis, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], Groot-Brittannië, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. S.H.M. van der Heiden, e n t e g e n
- mr. A.B. BAUMGARTEN, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over de hierna te noemen minderjarige [de dochter], kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
- DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, vestiging 's-Gravenhage, BELANGHEBBENDEN in cassatie, nit verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw, de man, de bijzonder curator en de Raad voor de Kinderbescherming.
- Het geding in feitelijke instanties Met een op 13 juni 2001 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de toestemming van de vrouw tot erkenning van de minderjarige [de dochter] door de man door die van de rechtbank te vervangen. Bij beschikking van 18 februari 2002 heeft de rechtbank de bijzonder curator benoemd. De vrouw heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 december 2002 vastgesteld dat de man de verwekker is van [de dochter] en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, zoals nader omschreven in de beschikking. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 29 oktober 2003 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. Na een mondelinge behandeling op 6 juni 2005 heeft de rechtbank bij beschikking van 18 juli 2005 de vervangende toestemming aan de man verleend. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 14 juni 2006 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De bijzonder curator en de Raad voor de Kinderbescherming hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
- Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 november 2007.