15 januari 2008 Strafkamer nr. 03454/06 SM/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 juni 2006, nummer 23/000100-05, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats]. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Haarlem van 28 december 2004 - de verdachte vrijgesproken van het bij inleidende dagvaarding onder 1, 2 primair, 3 en 5 tenlastegelegde en hem voorts ter zake van 2 subsidiair en 4. telkens opleverende "mishandeling" veroordeeld tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis. 2. Geding in cassatie Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraken voor de feiten 1, 3 en 5, maar wegens het ontbreken van een beperking in de cassatieakte wel is gericht tegen de vrijspraak van hetgeen onder 2 primair is tenlastegelegd - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen wat betreft het onder 2 subsidiair en 4 tenlastegelegde en de zaak in zoverre zal terugwijzen naar het Hof dan wel verwijzen naar een aangrenzend hof, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw zal worden berecht en afgedaan. 3. Tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsvoering 3.1. Aan de verdachte is - voor zover in cassatie van belang - tenlastegelegd dat: "2. hij op of omstreeks 02 augustus 2003 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet [slachtoffer 1] (met twee handen) bij/om de keel/hals heeft vastgepakt en/of (daarin) (verwurgend) heeft geknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair: hij op of omstreeks 02 augustus 2003 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] (met twee handen) bij de keel heeft gegrepen/vastgepakt en/of heeft vastgehouden en/of (vervolgens) in de keel heeft geknepen, waardoor [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 4. hij op of omstreeks 02 augustus 2003 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), (met kracht) een klap tegen haar (rechter)oor heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden." 3.2. Daarvan is bewezenverklaard dat de verdachte: "ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde op 2 augustus 2003 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] bij de keel heeft gegrepen, waardoor [slachtoffer 1] letsel heeft bekomen; ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde op 2 augustus 2003 te Zaandam, gemeente Zaanstad, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 2], een klap tegen haar rechteroor heeft gegeven, waardoor deze pijn heeft ondervonden." 3.3.1. Deze bewezenverklaringen steunen op de volgende bewijsmiddelen: Ten aanzien van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.