← Nederland

ECLI:NL:HR:2008:BB8106

25 januari 2008 Eerste Kamer Nr. C06/265HR MK/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n

  1. [Verweerder 1], wonende te [woonplaats],
  2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
  3. DE GEMEENTE OIRSCHOT, zetelende te Oirschot, VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders,
  4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s., verweerders in cassatie ook afzonderlijk als [verweerder 1], [verweerder 2], de Gemeente en [verweerder 4].
  5. Het geding in feitelijke instanties [Eiseres] heeft bij exploot van 20 mei 1999 [verweerder] c.s. gedagvaard voor de rechtbank 's-Hertogenbosch en gevorderd, kort gezegd, na wijziging van eis, te verklaren voor recht dat [verweerder] c.s. zowel gezamenlijk als ieder voor zich jegens [eiseres] en haar echtgenoot [betrokkene 1] onrechtmatig hebben gehandeld, alsmede dat [verweerder] c.s. aansprakelijk zijn voor de door [eiseres] tengevolge van dat onrechtmatig handelen geleden schade en nog te lijden schade en [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiseres] te betalen kosten, schaden en interessen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten. [Verweerder] c.s. hebben de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 8 mei 2002 de vorderingen van [eiseres] afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Na tussenarresten van 10 februari 2004 en 13 september 2005 heeft het hof bij eindarrest van 7 februari 2006 het vonnis van de rechtbank vernietigd, doch uitsluitend voorzover het de proceskostenveroordeling betreft, en het vonnis van de rechtbank voor het overige bekrachtigd. De tussenarresten en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
  6. Het geding in cassatie Tegen deze arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder 1], [verweerder 2] en de Gemeente hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen [verweerder 4] is verstek verleend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
  7. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
  8. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1], [verweerder 2] en de Gemeente begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerder 4] begroot op nihil. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 januari 2008.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.