22 februari 2008 Eerste Kamer Rek.nr. R07/097HR MK/AG Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. M.E.M.G. Peletier. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw. 1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 28 juni 2005 ter griffie van de rechtbank Haarlem ingekomen verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, primair in verband met de verwachting dat de vrouw binnen drie maanden na indiening van het verzoekschrift dan wel binnen een door de rechtbank te bepalen termijn een baan kan vinden waarmee zij in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, de alimentatie na afloop van die termijn op grond van art. 1:157 lid 3 BW op nihil te stellen, subsidiair de alimentatie na afloop van die termijn op grond van art. 1:157 lid 1 BW op nihil te stellen en meer subsidiair de alimentatie ten behoeve van de vrouw te wijzigen in die zin dat de man met ingang van 1 juli 2005 € 325,-- per maand zal betalen. De vrouw heeft het verzoek bestreden en zelfstandig verzocht te bepalen dat de man met ingang van 1 juli 2005 als bijdrage in de kosten van levensonderhoud een bedrag van € 3.000,-- per maand dient te betalen. De rechtbank heeft bij beschikking van 7 maart 2006 bepaald, met dienovereenkomstige wijziging van de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 11 november 2004, dat de man aan de vrouw met ingang van 1 juli 2005 tot 1 juli 2006 een uitkering tot haar levensonderhoud moet betalen van € 3.000,-- per maand, per 1 juli 2006 van € 1.000,-- per maand, per 1 juli 2008 van € 500,-- per maand en met ingang van 1 juli 2009 de door de man aan de vrouw te betalen uitkering tot haar levensonderhoud op nihil gesteld. Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De man heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Het hof heeft de zaak behandeld ter zitting van 11 december 2006. Bij beschikking van 15 februari 2007, hersteld bij beschikking van 1 maart 2007, heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd en opnieuw rechtdoende, onder wijziging van de beschikking van het hof van 11 november 2004, de door de man te betalen uitkering tot het levensonderhoud van de vrouw tot 1 januari 2009 bepaald op € 2.500,-- per maand, over de periode van 1 januari 2009 tot 1 januari 2012 op € 1.800,--, over de periode van 1 januari 2012 tot 1 januari 2014 op € 1.000,-- en vanaf 1 januari 2014 op nihil. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot vernietiging en verwijzing. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 21 december 2007 op die conclusie gereageerd. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.