← Nederland

ECLI:NL:HR:2008:BC2791

15 februari 2008 Eerste Kamer Nr. C06/299HR RM/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n ESSO NEDERLAND B.V., als rechtsopvolgster van Mobil Oil B.V., gevestigd te Breda, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. G. Snijders. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Esso.

  1. Het geding in feitelijke instanties [Eiser] heeft bij exploot van 25 februari 2002 de rechtsvoorgangster van Esso (hierna: Mobil Oil) en [betrokkene 1] gedagvaard voor de rechtbank Alkmaar. Na wijziging van eis heeft [eiser] gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat [betrokkene 1] en Mobil Oil, zowel ieder afzonderlijk dan wel gezamenlijk, gehouden zijn de aanwezige verontreiniging op en rondom het perceel [a-straat 1] te [plaats] te saneren en hiertoe alle noodzakelijke verdere handelingen te verrichten, waaronder het onderzoek naar de omvang van de verontreiniging, het opstellen van een saneringsplan en het uitvoeren van de sanering. Voorts heeft [eiser] gevorderd [betrokkene 1] en Mobil Oil te bevelen de hiervoor omschreven sanering uit te voeren binnen een jaar na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom. Verder heeft [eiser] vergoeding gevorderd van de door hem gemaakte kosten ten bedrage van € 5.422,63 vermeerderd met rente, alsmede vergoeding van overige schade, op te maken bij staat. [Betrokkene 1] en Mobil Oil hebben de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 19 november 2003 [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vorderingen tegen [betrokkene 1] en de vorderingen van [eiser] tegen Mobil Oil afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 6 juli 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
  2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Esso heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Esso mede door mr. D. Stoutjesdijk, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
  3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
  4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Esso begroot op € 467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 februari 2008.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.