2 september 2008 Strafkamer nr. S 00888/07 IV/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem van 5 september 2006, nummer 21/001064-06, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de "Penitentiaire Inrichting Utrecht" te Utrecht. 1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 8 maart 2006 - de verdachte ter zake van "poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 759,27 en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander zoals in het arrest vermeld. 2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen. 3. Beoordeling van het eerste middel 3.1. Het middel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggend oordeel dat de appeldagvaarding rechtsgeldig is betekend. 3.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting houdt niets in waaruit kan volgen dat de niet gemachtigde raadsman de gelegenheid heeft gehad te klagen over de betekening van de dagvaarding. Het moet er daarom voor worden gehouden dat hij die gelegenheid niet heeft gehad. Dat betekent dat in cassatie kan worden geklaagd over de betekening van de appeldagvaarding (vgl. HR 5 juni 2007, LJN AZ8360, NJ 2007, 339). 3.3. De stukken van het geding houden wat betreft de betekening van de appeldagvaarding, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.