16 december 2008 Strafkamer nr. 01524/07 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 6 juli 2006, nummer 15/500837-06, ingediend door mr. E.P.H. van Esser, advocaat te Amsterdam, namens: [Aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats]. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft de aanvraagster ter zake van "opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis, en een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met verbeurdverklaring zoals in het vonnis omschreven. 2. De aanvrage tot herziening 2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvraagster voert daartoe aan dat er sprake is van een persoonsverwisseling. 3. De conclusie van de Advocaat-Generaal De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien. 4. Beoordeling van de aanvrage 4.1. De aan de Hoge Raad ter beschikking staande stukken houden het volgende in: - op 4 juni 2006 is op Schiphol een persoon zich noemende [aanvraagster] aangehouden als verdachte van overtreding van art. 2 Opiumwet; - de aangehouden persoon is op 4 juni 2006 in verzekering gesteld; - op 7 juni 2006 is, nadat de aangehouden persoon is gehoord door de Rechter-Commissaris, haar bewaring bevolen; - op 14 juni 2006 is, nadat de aangehouden persoon in raadkamer was gehoord, haar gevangenhouding bevolen; de gevangenhouding is met ingang van 15 juni 2006 geschorst, waarbij onder meer als voorwaarde is gesteld dat de verdachte bij de behandeling van haar zaak op 6 juli 2006 aanwezig zal zijn; - de Politierechter heeft op 6 juli 2006 op tegenspraak voormeld vonnis gewezen en de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis bevolen; de verdachte heeft afstand van rechtsmiddelen gedaan. 4.2. Voorafgaand aan de aanvrage is op verzoek van de Officier van Justitie te Haarlem door de Koninklijke marechaussee Schiphol een onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn gerelateerd in een door [verbalisant 1], wachtmeester 1e klasse der Koninklijke marechaussee Schiphol op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van 21 maart 2007, inhoudende, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.