Nr. 08/02257 9 oktober 2009 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 11 april 2008, nr. BK-07/00009, betreffende een aan X1 te Z (hierna: belanghebbende) opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. 1. Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging van een aandeel in de economische eigendom van een aantal onroerende zaken een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd. Tevens is heffingsrente in rekening gebracht. De naheffingsaanslag en de beschikking inzake heffingsrente zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij in één geschrift vervatte uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd. De Rechtbank te Haarlem (nr. AWB 05/1774) heeft het tegen die uitspraken ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en naar de Hoge Raad verstaat de uitspraken van de Inspecteur alsmede de naheffingsaanslag vernietigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 2 december 2008 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie, vernietiging van de uitspraak van het Hof en verwijzing van de zaak. Belanghebbende en de Staatssecretaris hebben schriftelijk op de conclusie gereageerd. 3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.1. Belanghebbende, vijf van zijn familieleden en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A BV (hierna: de BV), feitelijk gevestigd te Z, zijn op 19 juni 2003 een commanditaire vennootschap (hierna: de CV) aangegaan waarbij de BV optrad als beherend vennoot en belanghebbende en zijn familieleden als commanditaire vennoten. De CV kende geen in aandelen verdeeld kapitaal. De commanditaire vennoten waren minderjarig. Hun ouders waren de aandeelhouders van de BV. 3.1.2. De overeenkomst van commanditaire vennootschap houdt onder meer het volgende in: "(...) Inbreng arbeid en kapitaal. Artikel 5. 1. De beherend vennoot brengt in zijn arbeidskracht, kennis en vlijt alsmede een bedrag of waarde ter grootte van (...) € 42.352,80. De commanditaire vennoot genoemd onder 3 [belanghebbende, HR] brengt in (...) € 190.587,60 en de overige commanditaire vennoten brengen ieder een bedrag in contanten in van (...) € 38.117,52. 2. De beherend vennoot zal aan zijn inbrengverplichting voldoen door inbreng in de vennootschap van het onroerend goed (...) , onder voorbehoud van de stille reserves in dat onroerend goed. Het onroerend goed is minnelijk gewaardeerd voor (...) € 15.665.000,00, terwijl de waarde waartegen wordt ingebracht, zijnde de boekwaarde per dertig april tweeduizend twee, bedraagt (...) € 4.235.280,00, zodat de voorbehouden stille reserves bedragen (...) € 11.429.720,00. De beherend vennoot heeft op grond van het in lid 1 van dit artikel bepaalde een inbrengverplichting van (...) € 42.352,80, zodat na gemelde inbreng de vennootschap aan de beherend vennoot wegens overinbreng schuldig is (...) € 4.192.927,20. Dit bedrag zal aan de beherend vennoot worden uitgekeerd deels uit de contante inbreng van de commanditaire vennoten en voor het overige uit door de vennootschap geleende gelden. 3. - 5. (...) 6. De vennoten zullen in de activa en de passiva gerechtigd zijn in dezelfde verhouding als waarin zij overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, lid 2 in de winst delen. 7. (...) 8. Het vermogen van de vennootschap behoort haar toe, doch geldt ten aanzien van derden als eigendom van de beherend vennoot, die alle voor de vennootschap te verkrijgen goederen in zijn hoedanigheid van beherend vennoot zal verkrijgen. (...) Winst en verlies Artikel 9. 1. Ten laste van het resultaat van de vennootschap ontvangt de beherend vennoot allereerst een vergoeding van (...) 4% over het in artikel 5 gemelde bedrag ad (...) € 11.429.720,00 van de door hem voorbehouden stille reserves. Vervolgens ontvangt de beherend vennoot een vergoeding ad (...) € 10.000,00 per jaar voor de door hem voor de vennootschap verrichte werkzaamheden. Het restant van het resultaat is winst. Deze winst staat ter beschikking van de vennoten. 2. De vennoten zijn in de winst en het verlies gerechtigd in de volgende verhouding: de beherend vennoot (...) 10%, de commanditaire vennoot [belanghebbende, HR] (...) 45% en ieder van de overige commanditaire vennoten (...) 9%. 3. Slechts krachtens een unaniem besluit van alle vennoten kan worden besloten tot het doen van uitkering van winst aan een vennoot. 4.(...). 5. Met inachtneming van het navolgende draagt een commanditaire vennoot niet verder in het verlies dan ten belope van het bedrag van zijn kapitaalrekening. Ieder van de vennoten zal voor het hem toekomende winstaandeel respectievelijk zijn aandeel in het verlies alsmede voor zijn opname en eventuele stortingen op een privé rekening in de boeken der vennootschap worden gecrediteerd respectievelijk gedebiteerd. (...)" 3.1.3. Bij akte van dezelfde datum is de onroerende zaak, bedoeld in artikel 5 van de onder 3.1.2 bedoelde overeenkomst, ingebracht in de CV. Hierbij is - voor zover van belang - bepaald: "(...) Inbreng Ter uitvoering van het vorenstaande brengt de inbrenger bij deze in en levert daartoe aan de vennootschap, die bij deze aanvaardt het na te melden registergoed: (...) hierna ook aangeduid met: het ingebrachte. Tenaamstelling Het ingebrachte blijft goederenrechtelijk ten name van de inbrenger en wordt dus economisch verkregen door de vennootschap en mitsdien voor de volgende percentages door de respectievelijke commanditaire vennoten, allen voornoemd: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.