12 juni 2009 Eerste Kamer 09/01324 EV/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie. 1. Het geding in feitelijke instantie De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft op 16 december 2008, onder overlegging van een ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelplan, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 30 december 2008, in aanwezigheid van de raadsman van betrokkene en de arts [de arts], heeft betrokkene verklaard dat zij inmiddels weer thuis verblijft. De verdere behandeling van het verzoek is op die datum aangehouden tot 20 januari 2009 pro forma om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen desgewenst een verzoek tot het verlenen van een andersoortige machtiging in te dienen. Op 6 februari 2009 heeft de officier van justitie de rechtbank, onder overlegging van een op 8 januari 2009 ondertekende geneeskundige verklaring en een behandelplan, verzocht tot verlening van een voorwaardelijke machtiging van betrokkene. Bij beschikking van 30 december 2008 heeft de rechtbank een voorwaardelijke machtiging verleend tot uiterlijk 30 juni 2009, met de voorwaarde dat betrokkene zich onder behandeling stelt van de behandelaar overeenkomstig het overgelegde behandelingsplan. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beslissing en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te Rotterdam. 3. Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.