← Nederland

ECLI:NL:HR:2009:BJ7321

16 oktober 2009 Eerste Kamer 08/01763 DV/TT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

  1. Het geding in feitelijke instanties Bij beschikking van 15 januari 2003 heeft de rechtbank Maastricht echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Met een op 17 oktober 2003 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de man te bevelen een beschrijving te geven van het aan hem verbleven vermogen per 21 december 2001 en voorts de man te veroordelen om aan de vrouw te voldoen de helft van het saldo ontstaan door belegging en herbelegging van hetgeen tijdens het huwelijk niet verrekend is, alsmede de vruchten daarvan, verminderd met de reeds aan de vrouw verbleven vermogen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 december
  2. De man heeft het verzoek bestreden. Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank bij tussenbeschikking van 24 maart 2004 bepaald dat de door de man ontvangen ontslagvergoeding niet voor verdeling vatbaar is en iedere verdere beslissing aangehouden. Tegen deze tussenbeschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof heeft, na mondelinge behandeling, bij beschikking van 6 april 2005 de bestreden tussenbeschikking bekrachtigd. De rechtbank heeft daarop, na mondelinge behandeling, bij eindbeschikking van 27 juli 2006 een aantal vermogensbestanddelen verrekend en het meer of anders verzochte afgewezen. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 23 januari 2008 de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, bepaald dat de vrouw als wijze van verrekening de helft van de nota van notaris [betrokkene 1], een bedrag van € 267,75, aan de man dient te voldoen. Het hof heeft voor het overige de bestreden beschikking bekrachtigd. De beschikkingen van het hof van 6 april 2005 en 23 januari 2008 zijn aan deze beschikking gehecht.
  3. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof van 23 januari 2008 heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen en incidenteel beroep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift, tevens houdende incidenteel cassatie-beroep, zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele beroep. De advocaat van de vrouw heeft op 18 september 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
  4. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
  5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt zowel het principale als het incidentele beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakelsen W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 oktober 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.