← Nederland

ECLI:NL:HR:2009:BJ7330

6 november 2009 Eerste Kamer 09/02102 EE/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. R.G. Groen, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

  1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 17 augustus 2007 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, echtscheiding tussen partijen uit te spreken met een nevenvoorziening en tot verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw heeft het verzoek met betrekking tot de nevenvoorzieningen bestreden en onder meer verzocht bij wege van een zelfstandig verzoek om een bijdrage van de man in de kosten in de verzorging en opvoeding van het thans nog minderjarige kind van partijen, [kind 1]. De rechtbank heeft bij beschikking van 11 april 2008 tussen partijen echtscheiding uitgesproken en bepaald dat de man een bijdrage van € 500,-- per maand zal betalen aan de vrouw voor de verzorging en opvoeding van [kind 1]. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. De man heeft in hoger beroep verzocht de beschikking te vernietigen voorzover de rechtbank heeft bepaald dat de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [kind 1] aan de vrouw dient te betalen van € 500,-- per maand, en opnieuw rechtdoende in goede justitie een bijdrage te bepalen welke in overeenstemming is met de wettelijke normen en maatstaven. Bij beschikking van 25 februari 2009 heeft het hof de beschikking van de rechtbank vernietigd voorzover het de vastgestelde bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] betreft en, in zoverre opnieuw beschikkende, het zelfstandig verzoek van de vrouw om bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding alsnog afgewezen. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
  2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De man heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
  3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
  4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 november 2009.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.