12 februari 2010 Eerste Kamer 08/03291 EE/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:
- [Eiseres 1], gevestigd te [vestigingsplaats],
- [Eiser 2], wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt, t e g e n FORTIS BANK (NEDERLAND) N.V., gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Bank, eisers ieder afzonderlijk ook als [eiseres 1] en [eiser 2].
- Het geding in feitelijke instanties [Eiser] c.s. hebben bij exploot van 29 augustus 2003 de Bank gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd, kort gezegd, - de Bank te veroordelen op grond van art. 843a Rv. tot het verstrekken van de bandopnames en/of transcripties van verschillende tussen partijen gevoerde telefoongesprekken in de periode van november 1999 tot en met september 2000; - de Bank te veroordelen tot het betalen:
- aan [eiser 2] van: a. € 2.535.228,75, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 oktober 2002; b. buitengerechtelijke incassokosten van primair: € 77.944,60 en subsidiair € 7.000,97;
- aan [eiseres 1] van: a. € 468.371,25, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 10 oktober 2002; b. buitengerechtelijke incassokosten van primair € 15.933,88 en subsidiair € 4.726,94;
- aan [eiser] c.s. van: a. de kosten verbonden aan het vaststellen van de schade ad € 2.837,21; b. de kosten verbonden aan het opstellen van een expertiserapport ad € 1.652,40; en c. de kosten van deze procedure. De Bank heeft de vorderingen bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 3 augustus 2005 de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen. Tegen het vonnis van de rechtbank hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 26 maart 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
- Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat en voor de Bank namens haar advocaat door mr. F.E. Vermeulen en mr. B.F. Assink, advocaten te Amsterdam. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
- Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 6.052,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 februari 2010.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.