12 oktober 2010 Strafkamer nr. 08/05020 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 januari 2008, nummer 22/001826-06, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats]. 1. Geding in cassatie 1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft dr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. 1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. 2. Beoordeling van het eerste middel 2.1. Het middel klaagt - naar de kern bezien - dat het Hof een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip "overbrenging van afvalstoffen" in art. 26, eerste lid, EVOA. 2.2.1. Overeenkomstig de tenlastelegging is bewezenverklaard dat: "[A] (B.V.) en/of [B] B.V. en/of [C] B.V., op 5 april 2004, althans in april 2004, binnen het grondgebied van de Europese Gemeenschap, tezamen en in vereniging met andere personen, opzettelijk, handelingen heeft/hebben verricht als bedoeld in artikel 26, eerste lid van de Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap, immers heeft/hebben zij afvalstoffen, te weten (47.970 kg/2 containers) C-keus/tweedehands partijen rollen vinylzeil, zijnde resten, snijdsels en afval van polymeren van vinylchloride als bedoeld onder code GH013, in elk geval zijnde afvalstoffen als bedoeld in bijlage II van deze verordening, overgebracht van België naar Maleisië via Nederland, terwijl die overbrenging geschiedde zonder kennisgeving aan en/of (schriftelijke) toestemming van alle/de betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomstig genoemde verordening; zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met andere personen, aan die verboden gedraging feitelijke leiding heeft gegeven." 2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op een proces-verbaal van de Belastingdienst/Douane, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2] en [verbalisant 3], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een of meer van hen: "Op 5 april 2004 kreeg ik, verbalisant [verbalisant 2], een melding van een collega betreffende een tweetal containers (...) inhoudende 51 pakketten resten en afval van polymeren van vinylchloride, vermoedelijk zijnde afvalstoffen met een totaalgewicht van 47.970 kg. Op de aangifte ten uitvoer stond dat deze afvalstoffen bestemd waren voor export naar Maleisië. (...) Op 28 mei 2004 heb ik, verbalisant [verbalisant 3], (...) besloten de containers weer te blokkeren (...). Tijdens het blokkeren zag ik in het containerinformatiebestand van de ECT dat beide containers op 25 mei 2004 waren verscheept (...) met als bestemming Port Kelang te Maleisië." 2.3.1. De in de bewezenverklaring genoemde, toen geldende, Verordening 259/93 EEG betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap, Pb L30 (EVOA) luidt, voor zover hier van belang, als volgt: - art. 2: "In deze verordening wordt verstaan onder: (...)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.