3 september 2010 Eerste Kamer 10/01271 RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], handelende onder de naam [A], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel, t e g e n RWE ENERGY NEDERLAND N.V., gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.G.W. van Oven. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en RWE. 1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 09-949 van de rechtbank Arnhem van 8 januari 2010; b. het arrest in de zaak 200.053.981 van het gerechtshof te Arnhem van 11 maart 2010. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. RWE heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker], althans tot verwerping van diens beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 25 juni 2010 op die conclusie gereageerd. 3. Beoordeling van het middel 3.1 RWE heeft verzocht [verzoeker] in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Op het hoger beroep van RWE heeft het hof het verzoek alsnog toegewezen. 3.2 Onderdeel 1 keert zich tegen rov. 3.4 van het bestreden arrest waarin het hof heeft geoordeeld dat voor het kunnen aanvaarden dat [verzoeker] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen noodzakelijk maar tevens voldoende is dat sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl ten minste één vordering opeisbaar is. Het onderdeel klaagt terecht dat het hof hiermee blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. Pluraliteit van schuldeisers is wel een noodzakelijke maar niet een voldoende voorwaarde voor de vaststelling of een schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, dient nog te worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Uit rov. 3.5 blijkt evenwel dat het hof naast de pluraliteit van schuldeisers ook nog heeft onderzocht of [verzoeker] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Het onderdeel kan dus bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden. 3.3 Onderdeel 2 is gericht tegen rov. 3.5, waarin het hof heeft vastgesteld dat aan de voorwaarden voor het uitspreken van een faillissement is voldaan. Ter motivering van zijn oordeel dat [verzoeker] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, heeft het hof in aanmerking genomen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.