28 september 2010 Strafkamer Nr. 09/01805 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 april 2009, nummer 20/004887-07, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Limburg-Zuid, locatie De Geerhorst" te Sittard.
- Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover bij de strafoplegging de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht niet is afgetrokken, dat de Hoge Raad zal bevelen dat de door de verdachte in verzekering doorgebrachte tijd van de taakstraf zal worden afgetrokken, met bepaling dat voor elke in verzekering doorgebrachte dag twee uur van de taakstraf zal worden afgetrokken, met verwerping van het beroep voor het overige.
- Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
- Beoordeling van het vierde middel 3.
- Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte niet heeft bevolen dat de tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, terwijl het Hof evenmin heeft bepaald volgens welke maatstaf de aftrek zal geschieden. 3.
- De stukken van het geding houden in dat de verdachte voor de onderhavige strafzaak op 25 mei 2005 om 20.30 uur in verzekering is gesteld en op 27 mei 2005 om 20.05 uur in vrijheid is gesteld. 3.
- Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf bestaande uit een werkstraf van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen hechtenis. Het Hof heeft evenwel nagelaten het in art. 27 Sr bepaalde in acht te nemen. Het middel is dus terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal doen wat het Hof had behoren te doen.
- Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
- Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarbij is verzuimd toepassing te geven aan art. 27 Sr; beveelt dat op de opgelegde taakstraf in de vorm van een werkstraf van tweehonderd uren, subsidiair honderd dagen hechtenis, in mindering zal worden gebracht de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, in dier voege dat voor iedere dag twee uren zullen worden afgetrokken van het totaal aantal uren; verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 28 september 2010.