15 november 2011 Strafkamer nr. 10/02345 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, Enkelvoudige Kamer, van 21 mei 2010, nummer 24/002654-09, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Flevoland, locatie Almere-Binnen" te Almere. 1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, zitting houdende te Leeuwarden, teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige. 2. Beoordeling van het eerste middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3. Beoordeling van het tweede middel 3.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de strafoplegging ten onrechte rekening heeft gehouden met vijftien ad informandum gevoegde feiten. 3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij: "1. op 19 juni 2007 in Nederland, gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer, te weten een trein van de Naamloze Vennootschap Nederlandse Spoorwegen, zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs; 2. op 18 juni 2007 in Nederland, gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer, te weten een trein van de Naamloze Vennootschap Nederlandse Spoorwegen, zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs; 3. op 12 juni 2007 in Nederland, gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer, te weten een trein van de Naamloze Vennootschap Nederlandse Spoorwegen, zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs; 4. op 07 juni 2007 in Nederland, gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer, te weten een trein van de Naamloze Vennootschap Nederlandse Spoorwegen, zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs; 5. op 22 mei 2007 in Nederland, gebruik heeft gemaakt van het openbaar vervoer, te weten een trein van de Naamloze Vennootschap Nederlandse Spoorwegen, zonder een hiervoor geldig vervoerbewijs." 3.3. Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot betaling van vijf geldboetes van € 187,50, subsidiair 3 dagen hechtenis. Het heeft daartoe, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende overwogen: "Gelet op de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, de persoon van verdachte - voor zover dat uit de stukken blijkt - en gelet op het hiervoor onder F genoemde uittreksel, acht het hof de door de advocaat-generaal gevorderde en in eerste aanleg opgelegde geldboetes passend en geboden. Hierbij heeft het hof mede gelet op de van het college van procureurs-generaal afkomstige afspraken die met ingang van 1 januari 2006 binnen het openbaar ministerie gelden. Het hof heeft de vijftien onder parketnummer 07-586377-07 ad informandum gevoegde feiten, die door verdachte zijn erkend, bij de na te noemen straffen betrokken. Deze feiten dienen derhalve als afgedaan te worden beschouwd." 3.4. Indien de verdachte - zoals in het onderhavige geval - niet ter terechtzitting is verschenen en zich derhalve aldaar niet erover heeft uitgelaten of hij zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit dat hem niet is tenlastegelegd, maar waaromtrent in de door het openbaar ministerie ter kennisneming van de rechter gebrachte stukken melding wordt gemaakt, kan de rechter nochtans dit niet tenlastegelegde feit als bijzondere reden ter bepaling van de straf in aanmerking nemen, mits (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.