17 april 2012 Strafkamer nr. S 11/03791 B Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Almelo van 25 juli 2011, nummer RK 11/220, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door: [Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. 1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar uitsluitend wat betreft de beslissing ten aanzien van de inbeslaggenomen auto en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde in zoverre op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige. 2. Beoordeling van het middel 2.1. Het middel klaagt over de motivering van de ongegrondverklaring van het beklag door de Rechtbank. 2.2. De Rechtbank heeft het klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave van de onder hem inbeslaggenomen Mercedes Benz met Zweeds kenteken [AA-00-BB] en een geldbedrag van € 94.000,- ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen: "Bij het onderzoek in raadkamer is gebleken dat er ernstige aanwijzingen bestaan dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan (schuld)witwassen van een bedrag van € 94.000,00; Klager heeft terzake van dit feit nog niet terechtgestaan. De officier van justitie heeft medegedeeld, dat te zijner tijd ter terechtzitting de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomene zal worden gevorderd. Het onderzoek tegen verdachte is nog niet afgerond. Klager heeft naar het oordeel van de rechtbank geen eenduidige verklaring gegeven over het gehele geldbedrag. Met betrekking tot de auto heeft klager verklaard geen eigenaar te zijn van de auto, maar deze enkel te gebruiken. De rechtbank is van oordeel dat het beslag op juiste gronden is gelegd. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het niet onaannemelijk is dat de vordering tot verbeurdverklaring door de strafrechter zal worden toegewezen. Aldus vordert het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag en is het beklag ongegrond." 2.3. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat onder de klager op de voet van art. 94 Sv beslag is gelegd op de in het klaagschrift bedoelde auto en het geldbedrag van € 94.000,-. 2.4. In een zodanig geval dient de rechter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.