ECLI:NL:HR:2012:BX0922
13 juli 2012 nr. 11/04401 Beslissing van de Vierde kamer van de Hoge Raad der Nederlanden naar aanleiding van het verzoek om wraking van de hierna te noemen raadsheren in de Hoge Raad, ingediend door X te Z, verder te noemen verzoeker.
1.2 Bij op 9 juni 2012 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker de wraking verzocht van de hiervoor in 1.1 vermelde leden.
1.3 Voorts heeft verzoeker bij het hiervoor in 1.2 vermelde verzoekschrift de wraking verzocht van G.J.M. Corstens en J. de Hullu, leden van de wrakingskamer. Daartoe heeft hij als gronden voor wraking aangevoerd dat die leden: hun bevoegdheden reeds meerdere malen hebben misbruikt door te stellen dat verzoeker misbruik maakt van het wrakingsinstituut, vooringenomen en corrupt zijn, oordelen op basis van en door middel van strafbare feiten en gecreëerde schijnsituaties, zich schuldig hebben gemaakt aan het misdrijf van art. 364 van het Wetboek van Strafrecht en aan ambts- en machtsmisbruik door regie en rugdekking van en aan zwendel te geven.
3.2 De door verzoeker genoemde gronden voor wraking leveren een herhaling op van de gronden die hij al aanvoerde in zijn eerdere verzoeken tot wraking van voornoemde raadsheren in de zaken 11/03915 tot en met 11/03918, 11/03920, 11/03983, 11/04374 en 11/04535, te weten, naar de kern genomen, dat deze raadsheren eerder uitspraken hebben gedaan waarmee verzoeker het niet eens is. Dit zijn nog steeds geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de genoemde raadsheren schade zou kunnen lijden. De overige door verzoeker aangevoerde bezwaren met betrekking tot de raadsheren Schaap, Feteris en Groeneveld zijn, voor zover die bezwaren de desbetreffende raadsheren al aangaan, onvoldoende concreet om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat de rechterlijke onpartijdigheid van die raadsheren schade zou kunnen lijden. De Hoge Raad acht het verzoek tot wraking van die leden kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en J. de Hullu, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 juli 2012.