2 oktober 2012 Strafkamer nr. S 11/01711 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 november 2010, nummer 23/002378-10, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, wonende te [woonplaats]. 1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. S. Jankie, advocaat te Hoofddorp, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3. Beoordeling van het derde middel 3.1. Het middel klaagt dat het bestreden arrest niets inhoudt waaraan het Hof zijn oordeel dat de verbalisanten een zwelling van de bovenlip van [betrokkene 1] hebben geconstateerd, heeft ontleend. 3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat: "hij op 2 februari 2010 te Haarlem met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning gelegen aan de [a-straat 1] heeft weggenomen een laptop merk Sony, type Baio en diverse buitenlandse bankbiljetten en een computermuis merk Trust en een USB adaptor, toebehorende aan [betrokkene 2], welke diefstal tegen [betrokkene 1] werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, [betrokkene 1] heeft geduwd en tegen het gezicht heeft geslagen." 3.2.2. De bestreden uitspraak houdt als "nadere bewijsoverweging" het volgende in: "De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij [betrokkene 1] alleen heeft geduwd met de muis van rechterhand, dat hij op dat moment hevige pijn had omdat [betrokkene 1] hem prikte met een paraplu op een plaats in zijn buik waar hij net aan kanker was geopereerd en dat hij niet voornemens was te blijven staan, nu een inbreker niet bepaald op de politie zit te wachten. Gelet op de door de verbalisanten - die de aangifte van [betrokkene 1] opnamen - geconstateerde zwelling van de bovenlip van [betrokkene 1] ziet het hof echter geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de door deze afgelegde verklaring omtrent het door de verdachte toegepaste geweld." 3.3. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 23 oktober 2007, LJN BA5851, NJ 2008/69, rov. 3.6 het volgende overwogen: "Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.