← Nederland

ECLI:NL:HR:2012:BX9580

13 november 2012 Strafkamer nr. S 11/01188 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 februari 2011, nummer 23/002548-09, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

  1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld namens de verdachte. Namens deze heeft mr. K.A. Krikke, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de beslissingen over feit 2 en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
  2. Beoordeling van het vierde middel 2.
  3. Het middel klaagt over de motivering van het onder 2 bewezenverklaarde feit, in het bijzonder over het bewezenverklaarde opzet op het aanwezig hebben van cocaïne. 2.2.
  4. Ten laste van de verdachte heeft het Hof onder 2 bewezenverklaard dat: "zij op 3 juli 2007 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 44,5 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I." 2.2.
  5. Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.3 zijn weergegeven. 2.
  6. Aangezien de bewezenverklaring, in het bijzonder voor zover deze inhoudt dat de verdachte als medepleger de cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad, niet zonder meer kan worden afgeleid uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
  7. Beoordeling van de overige middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
  8. Slotsom Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
  9. Beslissing De Hoge Raad: vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging; wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan; verwerpt het beroep voor het overige. Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 13 november 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.