25 juni 2013 Strafkamer nr. 12/03673 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 1 september 2011, nummer 21/001449-09, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1968. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.O. Zandt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van het tweede middel 2.1. Het middel klaagt over de toewijzing door het Hof van de vordering tot wijziging van de tenlastelegging. 2.2.1. Aan de verdachte is bij inleidende dagvaarding tenlastegelegd dat: "hij op of omstreeks 24 januari 2008 te Ewijk, gemeente Beuningen, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de rijksweg A50, welke weg als autosnelweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 162 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 120 kilometer per uur met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden." 2.2.2. Blijkens de aan het Hof overgelegde vordering heeft de Advocaat-Generaal op de voet van art. 313 Sv gevorderd dat de tenlastelegging wordt gewijzigd, in dier voege dat het oorspronkelijk tenlastegelegde als subsidiair tenlastegelegd feit geldt, nadat aan de tenlastelegging als primair feit is toegevoegd dat: "een bij de ontdekking van het hierna omschreven strafbaar feit onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig (personenauto), gekentekend [AA-00-BB], op of omstreeks 24 januari 2008 te Ewijk, in de gemeente Beuningen, op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A50, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 162 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid van 120 kilometer per uur met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden, terwijl verdachte toen eigenaar of houder, als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, van dat motorvoertuig was." 2.2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof van 10 februari 2011 houdt met betrekking tot de vordering tot wijziging van de tenlastelegging in: "De advocaat-generaal is van oordeel dat de tenlastelegging behoort te worden gewijzigd en legt de op schrift gestelde wijziging aan het hof over en vordert dat die wijziging zal worden toegelaten. De raadsman verklaart -zakelijk weergegeven- als volgt: Ik maak bezwaar tegen de wijziging, want deze geschiedt in een laat stadium van de procedure en het betreft niet hetzelfde feit. Het tenlastegelegde waarover de kantonrechter heeft beslist, betreft schuldaansprakelijkheid en deze ruimere tenlastelegging betreft risicoaansprakelijkheid. Dit is ontoelaatbaar. De advocaat-generaal merkt -zakelijk weergegeven- op: Ik ben het niet eens met de raadsman. De wijziging van de tenlastelegging is niet ontoelaatbaar, want het blijft hetzelfde feit. Het hof wijst, gehoord de advocaat-generaal, verdachte en de raadsman, de vordering toe. De vordering blijft binnen de door de wet en de rechtspraak geschapen grenzen en betreft hetzelfde feitencomplex. Aan de verdachte wordt een door de griffier gewaarmerkt afschrift van de wijziging ter hand gesteld. Met toestemming van de verdachte en de raadsman wordt het onderzoek aanstonds voortgezet." 2.2.4. Het arrest van het Hof houdt voorts nog in: "Voor zover is aangevoerd dat de vordering wijziging tenlastelegging zoals deze is toegewezen ter terechtzitting van dit hof op 10 februari 2011 niet had mogen worden toegewezen, wordt overwogen dat de wijziging valt binnen de door artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht gestelde grenzen. Na de wijziging, waarbij kort gezegd de hiervoor weergegeven primaire tenlastelegging werd toegevoegd, werd verdachte nog steeds een snelheidsovertreding op de in de tenlastelegging genoemde tijd en plaats verweten. Het door de raadsman aangehaalde artikel 181 van de Wegenverkeerswet 1994 stelt eisen aan de dagvaarding. Daarvan was bij de voorliggende gang van zaken geen sprake. Verdachte is wel ter terechtzitting uitvoerig in de gelegenheid gesteld aan te geven wie er dan wel op genoemde tijd en plaats gereden had in zijn voertuig." 2.3. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van "hetzelfde feit", dient de rechter in de situatie waarop art. 313 Sv ziet de in de tenlastelegging en de in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging omschreven verwijten te vergelijken. Bij die toetsing dienen de volgende gegevens als relevante vergelijkingsfactoren te worden betrokken.(A) De juridische aard van de feiten.Indien de tenlastegelegde feiten niet onder dezelfde delictsomschrijving vallen, kan de mate van verschil tussen de strafbare feiten van belang zijn, in het bijzonder wat betreft (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.