11 oktober 2013 nr. 12/00346 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende), alsmede het beroep in cassatie van de Staatsecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 9 december 2011, nr. 04/01611, betreffende de aan belanghebbende over de jaren 1990 tot en met 2000 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de over de jaren 1991 tot en met 2000 opgelegde navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting (hierna: VB), de daarbij gegeven beschikkingen inzake een verhoging dan wel boetebeschikkingen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 1Geding in cassatie Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. De beroepschriften in cassatie zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Belanghebbende en de Staatssecretaris hebben over en weer een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld. Het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris heeft het incidentele beroep beantwoord. Belanghebbende heeft zowel in het principale beroep als in het incidentele beroep een conclusie van repliek ingediend. Bij brief van 25 maart 2013 heeft de Staatssecretaris het tweede middel van zijn beroep in cassatie ingetrokken. 2Beoordeling van de door belanghebbende aangevoerde klachten De door belanghebbende in het principale beroep in cassatie en in het incidentele beroep in cassatie aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 3Beoordeling van het door de Staatssecretaris voorgestelde middel 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.