15 februari 2013 Eerste Kamer 12/04964 EE/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven, t e g e n [Verweerster], kantoorhoudende te [plaats], VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster]. 1. Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 08/192R van de rechtbank Roermond van 15 augustus 2012; b. de beschikking in de zaak HV 200.112.091/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2012. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot vernietiging. 3. Beoordeling van het middel 3.1 Ten aanzien van [verzoeker] is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. [Verweerster], die de bewindvoerder was, heeft de rechtbank verzocht om tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. [Verweerster] heeft aan dat verzoek ten grondslag gelegd dat [verzoeker] na afloop van een zitting van de rechtbank dusdanig agressief gedrag jegens haar als bewindvoerder heeft geëtaleerd dat hij daarmee de uitvoering van de schuldsaneringsregeling belemmert dan wel frustreert in de zin van art. 350 lid 3 sub c Fw. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen. Daarbij heeft zij tevens, op verzoek van de advocaat van [verzoeker], [verweerster] als bewindvoerder ontslagen met benoeming van een andere bewindvoerder. 3.2 Het hoger beroep van [verweerster] heeft zich gekeerd tegen de afwijzing van haar verzoek om tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd, vastgesteld dat [verzoeker] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voorvloeiende verplichtingen en de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd. 3.3 Het middel keert zich tegen het oordeel van het hof dat [verweerster] ontvankelijk is in haar hoger beroep nu zij weliswaar geen bewindvoerder meer is, maar wel valt aan te merken als belanghebbende nu (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.