ECLI:NL:HR:2013:BY8729
12 april 2013 Eerste Kamer 12/00563 TT/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n VLAMOVEN STEENFABRIEK RENKUM B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Best, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Renkum.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Tegen Renkum is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt ertoe dat [eiser] niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
Dat vonnis is derhalve een tussenvonnis (HR 22 januari 2010, LJN BK1639, NJ 2011/269). Dientengevolge moet het arrest van het hof, waarin dat vonnis is bekrachtigd, worden aangemerkt als een tussenarrest (zie onder meer HR 4 februari 2005, LJN AR6188, NJ 2005/142). Overeenkomstig art. 401a lid 2 Rv kan slechts cassatieberoep van een tussenarrest worden ingesteld tegelijk met dat van het eindarrest, tenzij - behoudens de hier niet ter zake doende uitzondering van art. 75 Rv - de rechter verlof heeft gegeven tot het instellen van tussentijds cassatieberoep. Nu van een zodanig verlof niet blijkt, kan [eiser] niet in zijn beroep worden ontvangen.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.