8 maart 2013 nr. 12/03195 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 15 mei 2012, nr. 11/00663, betreffende een beschikking als bedoeld in artikel 6.2a, lid 1, Wet IB 2001. 1. Het geding in feitelijke instanties De Inspecteur heeft, gelijktijdig met het vaststellen van de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen van belanghebbende voor het jaar 2007, het bedrag van de niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek bij beschikking vastgesteld op nihil. De beschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd. De Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 11/24) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en het bedrag van de beschikking vastgesteld op € 15.000. De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. 3. Beoordeling van de middelen 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.1. Belanghebbende, geboren in 1991, is in 2004 aangevangen met haar middelbare schoolopleiding aan een niet-particuliere scholengemeenschap. Aldaar heeft zij de brugklas en klas 2 van de havo doorlopen. 3.1.2. In het jaar 2006, voor het eerst voor het studiejaar 2006-2007, is belanghebbende overgestapt naar de vwo-opleiding aan een particuliere school voor vmbo/havo/vwo genaamd 'A' te Q. Zij is aldaar gestart in klas 3 van het vwo. 3.1.3. In de maand mei 2010 heeft belanghebbende haar vwo-diploma behaald. In september 2011 is zij aangevangen met de studie technische natuurkunde aan B. 3.1.4. Belanghebbende heeft in het jaar 2007 bedragen betaald ter zake van het volgen van haar vwo-opleiding voor het studiejaar 2007-2008, vwo klas 4. 3.1.5. Bij haar aangifte IB/PVV voor het jaar 2007 heeft belanghebbende een belastbaar inkomen uit werk en woning aangegeven van nihil. Tevens heeft zij daarbij een bedrag van € 15.000 als scholingsuitgaven in aanmerking genomen. 3.1.6. Bij de aanslagregeling heeft de Inspecteur de scholingsuitgaven niet in aftrek toegelaten. Hij heeft daartoe de niet in aanmerking genomen persoonsgebonden aftrek bij beschikking op de voet van artikel 6.2a, lid 1, Wet IB 2001 vastgesteld op een bedrag van nihil. 3.2. Voor het Hof was in geschil of de hiervoor in 3.1.4 bedoelde betalingen kunnen worden aangemerkt als uitgaven voor het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning in de zin van artikel 6.27, lid 1, Wet IB 2001. 3.3. Het Hof heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Daartoe heeft het overwogen dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij, beoordeeld naar het moment waarop de betalingen werden verricht, die uitgaven heeft gedaan met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning en dat die uitgaven gelet op de omstandigheden van het geval in hun onderlinge verband bezien, in een te ver verwijderd verband staan tot het verwerven van inkomen uit werk en woning om als scholingsuitgaven in de zin van artikel 6.27, Wet IB 2001 te kunnen worden aangemerkt. Tot de hiervoor bedoelde omstandigheden van het geval heeft het Hof gerekend (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.