19 maart 2013 Strafkamer nr. S 12/01047 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 29 december 2011, nummer 24/002305-11, in de strafzaak tegen: [Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967. 1. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Leeuwarden teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2. Beoordeling van het middel 2.1. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep. 2.2. De verdachte is bij vonnis van de Rechtbank Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden, ter zake van 1. "medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" en 2. "als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet". Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. 2.3. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep waren de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting aanwezig. 2.4. Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen: "Blijkens de akte rechtsmiddel is namens verdachte door een administratief medewerkster van de griffie van de rechtbank Leeuwarden hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor voornoemde vonnis. Zij was daartoe gemachtigd middels een aan de akte gehechte volmacht van de raadsman. De advocaat-generaal heeft ter zitting van het hof gevorderd, dat verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep, nu de schriftelijke volmacht van de raadsman niet voldoet aan de eisen die de Hoge Raad daaraan stelt. De advocaat-generaal heeft daarbij verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009 (LJN: BJ3696). De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte, ondanks dat de schriftelijke volmacht niet aan de door de Hoge Raad gestelde eisen voldoet, ontvankelijk moet worden verklaard, omdat (primair) de raadsman bij het instellen van het hoger beroep mondeling wel aan de eisen van de Hoge Raad heeft voldaan, en (subsidiair) omdat de eisen zoals gesteld door de Hoge Raad in casu zin- en doelloos zijn. Uit het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009 (LJN: BJ3696) blijkt dat de schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen moet inhouden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.