12 juli 2013 Eerste Kamer nr. 12/03196 LZ/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: BRINVAST B.V.,gevestigd te Schijndel, EISERES tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand en mr. K.J.O. Jansen, t e g e n DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel en mr. D.A. van der Kooij. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Brinvast en Delta Lloyd. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: de vonnissen in de zaak 448299/HA ZA 10-147 van de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2010 en 10 november 2010; het arrest in de zaak 200.082.615/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 maart
- Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Brinvast beroep in cassatie ingesteld. Delta Lloyd heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor Brinvast toegelicht door mr. K. Teuben en mr. K.J.O. Jansen, advocaten bij de Hoge Raad en voor Delta Lloyd door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van zowel het principale als het incidentele beroep. Mr. Teuben, voornoemd, heeft namens Brinvast bij brief van 8 mei 2013 op die conclusie gereageerd; de advocaten van Delta Lloyd hebben dat gedaan bij brief van 10 mei
- 3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt Brinvast in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Delta Lloyd begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt Delta Lloyd in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Brinvast begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, M.A. Loth, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.