31 mei 2013 Eerste Kamer 13/02008 EV/AS Hoge Raad der Nederlanden Uitspraak in de prejudiciële procedure in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES in eerste aanleg, t e g e n 1. E.R. BUTIN BIK, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van: Holding [X] Advies B.V., [X] Advies Personeel B.V., [X] Online B.V., [X] Volmachtbedrijf B.V., [X] Schadeverzekeringen B.V., [X] Advieskosten B.V., [X] Levensverzekeringen B.V. en [X] Administraties B.V., kantoorhoudende te Dordrecht, 2. DUYMEL ASSURANTIEN 'S-GRAVENHAGE B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], GEDAAGDEN in eerste aanleg. Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en gedaagde 1 als de curator en gedaagde 2, niet verschenen, als Duymel. 1. Het geding in feitelijke instantie Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 98877 / HA ZA 12-2163 van de rechtbank Rotterdam van 13 maart 2013 en 17 april 2013. De vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht. 2. De prejudiciële procedure Bij laatstgenoemd vonnis heeft de rechtbank bepaald dat aan de Hoge Raad op de voet van art. 392 Rv de in het dictum van dat vonnis omschreven vraag wordt gesteld. De Advocaat-Generaal Rank-Berenschot heeft het standpunt ingenomen dat niet kan worden gezegd dat de vraag zich niet leent voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing en dat de vraag evenmin valt aan te merken als van onvoldoende gewicht om beantwoording door de Hoge Raad te rechtvaardigen. 3. De beoordeling of de vraag zich leent voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing 3.1 De door de rechtbank gestelde vraag luidt: "Is het mogelijk om een pandrecht op een assurantieportefeuille te vestigen, ofwel: is een assurantieportefeuille een vermogensrecht in de zin van art. 3:6 BW?" 3.2 Blijkens de vonnissen van de rechtbank is deze vraag gesteld tegen de achtergrond van de volgende feiten. V.O.F. [X] Advies, rechtsvoorganger van de thans in staat van faillissement verkerende [X] Advies B.V. (hierna tezamen: [X]), heeft op 1 oktober 2008 de aandelen in Duymel gekocht van [eiseres]. [X] heeft de koopprijs geleend van [eiseres]. Tot meerdere zekerheid van de terugbetaling van de geldlening heeft Duymel ten behoeve van [eiseres] een pandrecht gevestigd op de assurantieportefeuilles die haar op 1 oktober 2008 toebehoorden. 3.3 [Eiseres] vordert in het geding voor de rechtbank een verklaring voor recht, kort gezegd, dat het vestigen van een pandrecht op verzekeringsportefeuilles rechtens mogelijk is, meer in het bijzonder dat de ten behoeve van haar gevestigde pandrechten op alle assurantieportefeuilles die op 1 oktober 2008 toebehoorden aan Duymel, rechtsgeldig zijn. De curator heeft de mogelijkheid van verpanding van een assurantieportefeuille bestreden en daarnaast onder meer als verweer gevoerd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.