13 juni 2014 nr. 11/00519bis Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 december 2010, nrs. P09/00700 en 09/00701, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen. 1Ontstaan en loop van het geding Voor een overzicht van het ontstaan en loop van het geding tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 13 juli 2012, nr. 11/00519, ECLI:NL:HR:2012:BX0886, BNB 2012/264, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen. Bij arrest van 23 januari 2014, X B.V., C-380/12, ECLI:EU:C:2014:21, BNB 2014/70, heeft het Hof van Justitie uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard: “1) Het begrip „onzuiverheden verwijderen”, als bedoeld in aantekening 1 op hoofdstuk 25 van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1549/2006 van de Commissie van 17 oktober 2006, moet aldus worden uitgelegd dat dit de verwijdering omvat van chemische deeltjes die door natuurlijke omstandigheden in een mineraal product in ruwe staat zijn opgenomen, voor zover deze verwijdering leidt tot een verbetering van het vermogen van de betrokken producten om de inherente bestemming ervan te vervullen. Het staat aan de nationale rechter om dit na te gaan. 2) Aantekening 1 op hoofdstuk 25 van de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening nr. 2658/87, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1549/2006 moet aldus worden uitgelegd dat producten die een behandeling hebben ondergaan die het gebruik van chemicaliën met zich meebrengt en ertoe leidt dat onzuiverheden worden verwijderd, enkel kunnen worden ingedeeld onder tariefpost 2508 van deze gecombineerde nomenclatuur indien deze behandeling hun oppervlaktestructuur niet heeft gewijzigd. Het staat aan de nationale rechter om dit te bepalen.” Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het arrest van het Hof van Justitie. Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. 2Nadere beoordeling van het in het principale beroep voorgestelde middel Uit het hiervoor in onderdeel 1 vermelde arrest van het Hof van Justitie volgt dat wanneer door het wassen met behulp van chemicaliën de oppervlaktestructuur van de behandelde producten verandert, die producten niet kunnen worden ingedeeld in post 2508 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: de GN). In de bestreden Hofuitspraak is geoordeeld dat door de behandeling van de onderhavige producten met zwavelzuur en water niet alleen sprake is geweest van het verwijderen van onzuiverheden (calciumionen) maar door die behandeling ook de oppervlaktestructuur van de producten is gewijzigd. Dat oordeel en de daaraan verbonden conclusie dat deze producten daarom moeten worden ingedeeld onder postonderverdeling 3802 90 00 van de GN, geven, gelet op het zojuist vermelde arrest van het Hof van Justitie, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kunnen, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst. Die oordelen zijn ook niet onbegrijpelijk. Anders dan belanghebbende in haar reactie op het meergenoemde arrest van het Hof van Justitie heeft betoogd, is dit niet anders vanwege de omstandigheid dat de ionenuitwisseling die de door het Hof omschreven wijziging van de oppervlaktestructuur heeft veroorzaakt, inherent is aan de wijze waarop de onderhavige producten zijn gewassen. Het middel faalt derhalve. 3Beoordeling van het in het incidentele beroep voorgestelde middel 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.