24 januari 2014 Eerste Kamer nr. 13/00821 RM/TT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:
- [eiser 1],
- [eiseres 2],beiden wonende te [woonplaats], EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep, advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en mr. R.L. de Graaff, t e g e n
- [verweerster 1],gevestigd te [vestigingsplaats],
- [verweerder 2],wonende te [woonplaats],
- [verweerder 3],wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, eisers in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. M.W. Scheltema. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. het vonnis in de zaak 126674 / HA ZA 05-820 van de rechtbank Arnhem van 3 augustus 2005, 21 september 2005, 26 juli 2006, 31 januari 2007, 25 april 2007, 5 november 2008 en 11 maart 2009; b. de arresten in de zaak 200.035.110 van het gerechtshof te Arnhem van 1 februari 2011, 4 oktober 2011 en 9 oktober
- De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen voornoemde arresten van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] c.s. mede door mr. K.J.O. Jansen, advocaat bij de Hoge Raad. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt in het principale beroep en het incidentele cassatieberoep tot verwerping. De advocaten van [eiser] c.s. hebben bij brief van 20 december 2013 op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 6.275,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [verweerder] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] c.s. begroot op € 68,07,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 januari 2014.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.