4 februari 2014 Strafkamer nr. 12/03494 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 juni 2012, nummer 23/005337-10, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.A.C. van Tuinen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2Beoordeling van het middel 2.1. Het middel komt op tegen 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn hoger beroep. 2.2.1. Voor de gang van zaken met betrekking tot het instellen van het hoger beroep, zoals daarvan blijkt uit de stukken van het geding en voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, verwijst de Hoge Raad naar de weergave daarvan in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.2. 2.2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 26 juni 2012 houdt onder meer in: "De raadsman voert het woord en verklaart, zakelijk weergegeven, als volgt: De verdachte heeft op 13 december 2010 contact gehad met zijn toenmalige raadsman omdat hij in een file stond en niet op tijd bij de rechtbank Haarlem zou kunnen zijn. Ik weet niet wie het briefje heeft getekend en hoe dat precies is gegaan. De fax was binnen voordat de griffie sloot. Of het volgens de regels is weet ik niet, maar het kon niet anders. Er moest snel gehandeld worden. Een eventuele termijnoverschrijding is verschoonbaar. De verdachte is ontvankelijk. Indien uw hof tot een andere conclusie komt doe ik een voorwaardelijk verzoek tot het horen van de toenmalige raadsman mr. Van Bennekom en eventueel de betrokken griffiemedewerkers. De verdachte verklaart desgevraagd: Mijn vorige raadsman heeft met mijn toestemming het handgeschreven briefje geschreven. Ik wilde het hoger beroep zelf instellen, zoals mijn raadsman mij had gezegd. Ik ben eerder teruggekomen van vakantie om hoger beroep in te stellen. Toen ik in de file kwam te staan heb ik mijn raadsman gemachtigd om hoger beroep in te stellen. Even later kwam ik bij de centrale balie. Ik mocht doorlopen naar de griffie, daar waren nog mensen. Ze zeiden dat ik op tijd was. De griffiemedewerker zei me echter dat ik de volgende dag terug moest komen om het grievenformulier in te vullen. Dat heb ik gedaan." 2.2.3. Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe het volgende overwogen: "Standpunt advocaat-generaal Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal de ontvankelijkheid van het hoger beroep, ingesteld door de verdachte, aan de orde gesteld. Hij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat door de toenmalige raadsman van de verdachte op 13 december 2010 niet op de voorgeschreven wijze hoger beroep is ingesteld. Het handgeschreven briefje en de begeleidende brief van de raadsman voldoen niet aan de voorwaarden voor een bijzondere schriftelijke volmacht. Op 13 december 2010 is daarom niet op rechtsgeldige wijze hoger beroep ingesteld. De tweede akte instellen rechtsmiddel van 14 december 2010 is tardief, nu de appeltermijn reeds op 13 december 2010 was verstreken. Deze termijnoverschrijding is naar het oordeel van de advocaat-generaal niet verschoonbaar. De verdachte dient zijns inziens niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn hoger beroep. Standpunt verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat op 13 december 2010 rechtsgeldig hoger beroep is ingesteld. De verdachte heeft verklaard dat hij op 13 december 2010 onderweg was naar de rechtbank Haarlem, maar in een file terecht kwam. Vervolgens heeft hij de raadsman telefonisch gemachtigd om namens hem hoger beroep in te stellen. Voorts heeft de verdachte verklaard dat er, toen hij bij de rechtbank Haarlem aankwam, nog mensen aanwezig waren op de griffie. Zij hebben hem gezegd dat hij op tijd was en hem verzocht de volgende dag terug te komen om het grievenformulier in te vullen, aldus de verdachte. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat, zo er sprake zou zijn van termijnoverschrijding, deze termijnoverschrijding verschoonbaar is gelet op voormelde omstandigheden. Tenslotte heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek tot het horen van de voormalige raadsman, mr. Van Bennekom, alsmede de betrokken griffiemedewerkers als getuigen gedaan. Oordeel hof Het hof stelt vast dat de procedure in eerste aanleg op tegenspraak is gevoerd, dat op 29 november 2010 vonnis is gewezen door de rechtbank en dat 13 december 2010 derhalve de laatste dag van de appeltermijn was. Het hof overweegt als volgt. Het dossier bevat een per fax verzonden handgeschreven notitie op briefpapier van advocatenkantoor Vogels, Offreins en Van Putten, dat weliswaar niet door, doch kennelijk wel namens de verdachte is opgesteld, inhoudende de mededeling "Help, ik wil hoger beroep, 15/740936-10, [verdachte], 14/11/1989". Voorts bevat het dossier een eveneens per fax verzonden begeleidende brief van de toenmalige raadsman van de verdachte, mr. J. van Bennekom, waarin wordt verzocht de handgeschreven notitie te beschouwen als bewijs van het tijdig instellen van hoger beroep, nu de verdachte in paniek heeft opgebeld met de mededeling dat hij in verband met een file niet in staat is zelf tijdig hoger beroep in te stellen. In voormelde faxberichten is niet expliciet vermeld dat de verdachte de raadsman bepaaldelijk heeft gevolmachtigd en evenmin dat de griffiemedewerker wordt gevolmachtigd om namens de verdachte hoger beroep in te stellen, noch is daarbij ingestemd met het door de griffiemedewerker voor de verdachte aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping onder vermelding van een adres voor de ontvangst van een afschrift. Er is dan ook niet voldaan aan het daaromtrent in artikel 450 van het Wetboek van Strafvordering bepaalde. Het hof verbindt aan deze onvolkomenheid echter geen gevolgen. Uit de voormelde faxberichten alsmede uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof blijkt immers ondubbelzinnig zijn bedoeling, te weten het op rechtsgeldige wijze hoger beroep laten instellen door zijn raadsman. Het hof is dan ook van oordeel dat die faxberichten dienen te worden aangemerkt als een verklaring dat de verdachte de raadsman heeft gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep en dat de griffiemedewerker wordt gevolmachtigd tot het instellen van hoger beroep. De gebreken die aan de volmacht(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.