26 september 2014 nr. 13/06013 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 1 november 2013, nr. 13/00251, op het hoger beroep van de Inspecteur en het incidenteel hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 11/4159) betreffende de beschikking als bedoeld in artikel 9h, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 1Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. M. Mees, advocaat te Amsterdam. 2Beoordeling van het middel 2.1. In cassatie kan worden uitgegaan van het volgende. 2.1.1. Belanghebbende is [in] 1987 geboren en heeft de Belgische nationaliteit. 2.1.2. Vanaf 1999 heeft belanghebbende in de jeugdelftallen van de Belgische voetbalclub [A] (hierna: [A]) gespeeld. Vanaf het seizoen 2003/2004 werd hij geselecteerd voor de beloften/reserves en vanaf januari 2005 maakte hij deel uit van de eerste selectie van [A]. Belanghebbende is vanaf 2003 voor in totaal 23 wedstrijden geselecteerd voor (jeugd)teams van de Belgische nationale voetbalploeg. Hij was aanvoerder van het nationale team onder 19 jaar. 2.1.3. Met ingang van 1 juli 2005 is belanghebbende voor de duur van vier jaar in dienst getreden van de Nederlandse voetbalclub [B]. Het bruto basissalaris bij aanvang van de dienstbetrekking bedroeg € 8000 per maand. 2.1.4. Bij [B] heeft belanghebbende in het seizoen 2005/2006 één wedstrijd gespeeld, waarin hij tien minuten in het veld is geweest. In de loop van dat seizoen is hij verhuurd aan de voetbalclub [C]. 2.2. Voor het Hof was onder meer in geschil of belanghebbende in aanmerking komt voor toepassing van de 30%-regeling. 2.3. Het Hof heeft geoordeeld dat voor een jonge sporter voor de toepassing van de 30%-regeling het belangrijkste struikelblok niet de leeftijd is, maar veeleer de voor de functie relevante ervaring. Volgens het Hof is talent niet genoeg en moet er bij indiensttreding ook voor de functie relevante werkervaring zijn. Of talent en ervaring zijn uitgegroeid tot een schaarse specifieke deskundigheid kan volgens het Hof worden bepaald aan de hand van de vraag hoe vaak en hoe lang het talent zich vóór indiensttreding in Nederland op het hoogste niveau heeft bewezen dan wel heeft kunnen handhaven. Voor een jonge voetballer moet naar het oordeel van het Hof worden bepaald hoe vaak en hoe lang hij op een niveau heeft gespeeld dat vergelijkbaar is met dat van de Nederlandse eredivisie. Volgens het Hof heeft belanghebbende, op wie de bewijslast rust, onvoldoende feiten aangevoerd waaruit blijkt hoe vaak hij daadwerkelijk heeft gespeeld bij het eerste elftal van [A]. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat belanghebbende bij indiensttreding over onvoldoende voor de functie bij [B] relevante ervaring beschikte, aldus het Hof. 2.4.1. Op grond van artikel 9a, lid 1, Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (tekst 2005; hierna: het Besluit), wordt bij de beoordeling of een ingekomen werknemer beschikt over een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is in onderlinge samenhang rekening gehouden met – voor zover relevant – (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.