← Nederland

ECLI:NL:HR:2014:3050

28 oktober 2014 Strafkamer nr. 14/02360 H Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 3 augustus 2012, nummer 13/651074-12, ingediend door mr. J.J.M. Kleiweg, advocaat te Amsterdam, namens: [aanvrager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

  1. 1De uitspraak waarvan herziening is gevraagd De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard", begaan op 26 juli 2012, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden. 2De aanvraag tot herziening 2.
  2. De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2.
  3. De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat de beschikking van de Minister voor Immigratie en Asiel van 1 augustus 2011 waarbij de aanvrager op de voet van art. 67 van de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst is verklaard, door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij beschikking van 1 april 2014 per 1 augustus 2011 is opgeheven. 3De conclusie van de Advocaat-Generaal De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat de zaak opnieuw zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 472, tweede lid, Sv is voorzien. 4Beoordeling van de aanvraag 4.
  4. De Minister voor Immigratie en Asiel heeft de aanvrager bij beschikking van 1 augustus 2011 op grond van art. 67 Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenste vreemdeling verklaard. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij beschikking van 1 april 2014 voornoemde beschikking van de Minister voor Immigratie en Asiel de ongewenstverklaring van de aanvrager opgeheven per 1 augustus
  5. 4.
  6. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de beschikking van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 april 2014 bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. 5Slotsom Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is en als volgt moet worden beslist. 6Beslissing De Hoge Raad: verklaart de aanvraag tot herziening gegrond; beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter; verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober
  7. Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.