12 december 2014 Eerste Kamer 14/04200 EV/EE Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoekster],wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, t e g e n ONVZ ZIEKTEKOSTENVERZEKERING N.V.,gevestigd te Houten, VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en ONVZ. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 1239873 CV EXPL 11-1690 van de kantonrechter te Hilversum van 16 november 2011, 13 juni 2012 en 9 januari 2013; b. het arrest in de zaak 200.125.773/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2014. Het arrest van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] bij verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. ONVZ heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt ertoe dat de Hoge Raad beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een roldatum bepaalt en aan [verzoekster] gelast bij exploot, met inachtneming van de voor een dagvaarding in cassatie geldende vormschriften, aan ONVZ aan te zeggen dat de zaak op die zitting van de Hoge Raad zal worden uitgeroepen. 3Beoordeling van de wijze waarop de procedure in cassatie is ingeleid ONVZ heeft bij de inleidende dagvaarding gevorderd [verzoekster], kort gezegd, te veroordelen tot betaling van een geldbedrag. Nu [verzoekster] van het vonnis van de kantonrechter, waarin de vordering van ONVZ is toegewezen, bij dagvaarding in hoger beroep is gegaan en het hof bij arrest uitspraak heeft gedaan, had [verzoekster], ingevolge art. 407 lid 1 Rv, het beroep in cassatie bij dagvaarding dienen in te stellen. De Hoge Raad zal op de voet van art. 69 Rv als volgt beslissen. 4Beslissing De Hoge Raad: beveelt dat de procedure zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure; bepaalt dat de zaak zal worden uitgeroepen ter rolzitting van de Eerste Enkelvoudige Kamer van 9 januari 2015; beveelt [verzoekster] om ONVZ bij exploot, met inachtneming van de voor dagvaarding in cassatie geldende vormvoorschriften, aan te zeggen dat de zaak op die zitting van de Hoge Raad zal worden uitgeroepen, en haar daarbij het verzoekschrift in cassatie en de onderhavige beschikking te doen betekenen. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 december 2014.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.