18 maart 2014 Strafkamer nr. 12/05487 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 10 oktober 2012, nummer 23/003674-11, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C. Stroobach, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De waarnemend Advocaat-Generaal N. Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. 2Beoordeling van het middel 2.1. Het middel bevat in de kern de klacht dat het Hof de dagvaarding in hoger beroep ten onrechte niet heeft nietig verklaard nu niet blijkt dat die dagvaarding overeenkomstig art. 588, tweede lid, Sv naar verdachtes adres in de Verenigde Staten van Amerika is verzonden. 2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer het volgende in: "De voorzitter doet de zaak tegen de hierna te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, gedagvaard als: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, adres: zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande, is niet verschenen. Als raadsvrouw van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. C. Stroobach, advocaat te Amsterdam, die desgevraagd verklaart door de verdachte niet uitdrukkelijk te zijn gemachtigd als advocaat de verdachte te verdedigen. De raadsvrouw deelt mede dat zij na de laatste zitting in eerste aanleg op 26 augustus 2011 geen contact meer heeft gehad met de verdachte, maar dat hij tot dan toe wel steeds heeft aangegeven bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te willen zijn. De advocaat-generaal legt een VIP-formulier over. De voorzitter deelt mede dat uit de stukken in het dossier is gebleken dat de verdachte in zijn eerste verhoor bij de politie een Amerikaans adres heeft opgegeven en dat geen afschrift van de oproeping voor de terechtzitting van heden naar dat adres is gezonden. Voorts is gebleken dat de verdachte in datzelfde verhoor ten aanzien van voornoemd adres heeft aangegeven daar niet meer woonachtig te zijn in verband met zijn werk in Afghanistan. Gelet daarop heeft voornoemd adres, naar het oordeel van het hof, dan ook niet te gelden als een in artikel 588 van het Wetboek van Strafvordering bedoeld adres. Door of namens de verdachte is geen ander adres opgegeven voor toezending van gerechtelijke mededelingen, noch ter terechtzitting in eerste aanleg, noch bij het instellen van het hoger beroep. Toen is telkens opgegeven dat de verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande was. De verdachte heeft, blijkens mededeling van de raadsvrouw, sinds 26 augustus 2011 geen contact meer gehad met zijn raadsvrouw en haar niet gemachtigd hem in hoger beroep als advocaat te verdedigen. Onder al die omstandigheden constateert het gerechtshof dat de verdachte op de juiste wijze is gedagvaard, verleent het hof verstek tegen de niet verschenen verdachte en beveelt dat met de behandeling van de zaak zal worden voortgegaan." 2.3. De bestreden uitspraak is bij verstek gewezen. Daarin heeft het Hof de verdachte met toepassing van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. 2.4. Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.