28 maart 2014 nr. 12/04639 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 25 september 2012, nr. 12/00046, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van het Hof betreffende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. 1Het geding in feitelijke instanties Aan belanghebbende is voor het jaar 2008 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 11/1612) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft bij uitspraak van 25 mei 2012 (nr. 12/00046) wegens het niet betaald zijn van het griffierecht het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet gedaan. Het Hof heeft bij de in cassatie bestreden uitspraak het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 26 juli 2013 geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd. Nu deze reactie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht. 3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.