25 april 2014 nr. 10/02689bis Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 7 mei 2010, nr. 09/00105, na beantwoording van de door de Hoge Raad bij een arrest aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen. 1Ontstaan en loop van het geding Voor een overzicht van het ontstaan en loop van het geding tot aan het door de Hoge Raad in dit geding gewezen arrest van 6 april 2012, nr. 10/02689, ECLI:NL:HR:2012:BQ2085, BNB 2012/180, wordt verwezen naar dat arrest, waarbij de Hoge Raad aan het Hof van Justitie heeft verzocht een prejudiciële beslissing te geven over de in dat arrest geformuleerde vragen. Bij arrest van 21 november 2013, X, C-302/12, BNB 2014/36, heeft het Hof van Justitie uitspraak doende op die vragen, voor recht verklaard: “Artikel 43 EG moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een wettelijke regeling van een lidstaat waarbij met betrekking tot een in een andere lidstaat geregistreerde auto die ter zake van die registratie aldaar reeds aan belasting onderworpen is geweest, een belasting wordt geheven ter zake van de aanvang van het gebruik op het nationale wegennet van eerstgenoemde lidstaat, wanneer deze auto bestemd is om hoofdzakelijk in beide lidstaten daadwerkelijk en duurzaam te worden gebruikt, of daar feitelijk aldus wordt gebruikt, voor zover deze belasting niet discriminerend is.” Partijen zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het arrest van het Hof van Justitie. De Staatssecretaris van Financiën heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. 2Nadere beoordeling van de middelen 2.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.