3 februari 2015 Strafkamer nr. 13/05860 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 12 november 2013, nummer 21/003438-13, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992. 1Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2. Procesgang in hoger beroep 2.1. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 juni 2013 heeft het onderzoek ter terechtzitting aldaar plaatsgevonden in aanwezigheid van de verdachte en diens raadsman, is het vervolgens gesloten en is medegedeeld dat de uitspraak zou plaatsvinden op de terechtzitting van 2 juli 2013. 2.2. Bij tussenarrest van 2 juli 2013 heeft het Hof het onderzoek ter terechtzitting heropend. Dat arrest houdt, voor zover in cassatie van belang, het volgende in: "Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek niet volledig is geweest. Het hof acht het wenselijk dat de reclassering omtrent verdachte een voorlichtingsrapport zal uitbrengen, waarbij in het bijzonder aandacht zal worden besteed aan (...) BESLISSING Het hof: Heropent het onderzoek. Stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel. Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting uiterlijk vier maanden na het wijzen van dit tussenarrest. Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partij." 2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2013 houdt het volgende in: "De verdachte (...) is niet verschenen. Ter terechtzitting is aanwezig mr R. Bonis, advocaat te Dordrecht, die verklaart niet uitdrukkelijk door verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren. De oudste raadsheer deelt mondeling mede de inhoud van de stukken met betrekking tot de oproeping van verdachte. De advocaat-generaal deelt daarop mede - zakelijk weergegeven -: De oproeping had ook naar het adres in het buitenland moeten worden verstuurd, ook al is dat pas na de betekening van de oproeping ter griffie bekend geworden. Mijns inziens dient de behandeling te worden geschorst om dat alsnog te doen. De raadsman van verdachte brengt naar voren - zakelijk weergegeven -: Sinds de vorige zitting heb ik geen contact meer gehad met mijn cliënt. Zijn telefoon is afgesloten en zijn nieuwe adres in het buitenland is mij niet bekend. Niet uit te sluiten valt dat mijn cliënt al verhuisd was ten tijde van het versturen van de uitnodigingen van de reclassering. Ik verzoek om schorsing van het onderzoek ter terechtzitting teneinde in de gelegenheid te worden gesteld om mijn cliënt te contacteren. De voorzitter deelt mondeling mede de inhoud van het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 18 juni 2013, het tussenarrest van 2 juli 2013 en de retourzending van de opdracht tot reclasseringsadvies van 27 september 2013. Na gehouden beraad in raadkamer deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede - zakelijk weergegeven -: Overeenkomstig het bepaalde in artikel 588a van het Wetboek van Strafvordering is sprake van een geldige oproeping van verdachte. Overigens ziet het hof geen reden om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen. Daarbij overweegt het hof dat verdachte sinds het onderzoek ter terechtzitting van 18 juni 2013, waarbij verdachte aanwezig is geweest, kennelijk niet heeft geïnformeerd naar de uitspraak van het hof en dat hij ook anderszins geen contact heeft opgenomen met zijn raadsman. Bij tussenarrest van 2 juli 2013 is het onderzoek heropend teneinde over de persoon van verdachte te worden voorgelicht. In verband hiermee is verdachte in de maanden augustus en september 2013 op verdachtes toen geldende GBA-adres uitgenodigd door de reclassering, maar hieraan heeft hij geen gehoor gegeven. (...) De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede (...)" 2.4. Wat betreft de oproeping van de verdachte voor de terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2013 bevinden zich bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.