2 oktober 2015 Nr. 14/04078 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 juli 2014, nrs. BK-13/00247 en 13/01705 tot en met 13/01713, betreffende de door belanghebbende voor de kwartalen in de periode van 1 april 2007 tot en met 30 september 2009 voldane bedragen aan vermakelijkheidsretributie aan de gemeente Amsterdam. 1Het eerste geding in cassatie De uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam is bij arrest van de Hoge Raad van 15 februari 2013, nr. 12/01802, ECLI:NL:HR:2012:BZ1354, vernietigd met verwijzing naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam vernietigd en belanghebbendes beroepen ongegrond verklaard. 2Het tweede geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend. Het College heeft tevens (voorwaardelijk) incidenteel beroep in cassatie ingesteld. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. Zij heeft tevens haar zienswijze omtrent het incidentele beroep naar voren gebracht. Het College heeft in het incidentele beroep een conclusie van repliek ingediend. Belanghebbende heeft in het incidentele beroep een conclusie van dupliek ingediend. 3Beoordeling van het principale beroep in cassatie 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.