30 oktober 2015 Eerste Kamer 14/02631 RM/LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van:
- [eiseres 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
- [eiseres 2] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , alsmede haar vennoten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
- [eiseres 3],gevestigd te [vestigingsplaats], Italië,
- [eiseres 4],gevestigd te [vestigingsplaats], Italië, EISERS tot cassatie, verweerders in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. R.F. Thunnissen, t e g e n STICHTING ABAB,gevestigd te Tilburg, VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het incidenteel cassatieberoep, advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en ABAB. 1Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 168161/HA ZA 07-2405 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 7 mei 2008, 17 september 2008, 11 maart 2009, 29 april 2009 en 12 mei 2010; b. het arrest in de zaak 200.074.202/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 januari
- Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht. 2Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. ABAB heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit. Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot - niet-ontvankelijkverklaring van de vennoten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in hun beroep; - verwerping van het principaal en van het incidenteel cassatieberoep. De advocaten van partijen hebben bij brieven van 18 september 2015 op die conclusie gereageerd. 3Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: in het principale beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABAB begroot op € 6.467,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris; in het incidentele beroep: verwerpt het beroep; veroordeelt ABAB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] c.s. begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, V. van den Brink en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 oktober 2015.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.